Prize Contest 2014 Teylers Second Society: the formation of research schools in the sciences (Deadline: 1 januari 2017)Prijsvraag 2014 Teylers Tweede Genootschap: Schoolvorming in de natuurwetenschappen (Deadline: 1 januari 2017)

Teyler’s Foundation in Haarlem, the Netherlands, has promoted scientific investigations[Fv1]  for over 200 years. As a part of this continuing endeavour, Directors of the Foundation, together with the members of Teylers Second Society, have issued a prize contest for the year 2014 in the field of the history of science.


The contest asks for a written study into the formation of research schools in the natural sciences. Responses can either analyse such processes from a historical perspective, or discuss the question to which degree the formation of such schools may be expected to change as a consequence of modern means of communication, and in particular the internet.

In het kader van de ruim 200-jarige traditie van Teylers Stichting om wetenschappelijk onderzoek te bevorderen, hebben Directeuren van Teylers Stichting en de leden van Teylers Tweede Genootschap besloten voor het jaar 2014 een prijsvraag uit te schrijven over een onderwerp uit de wetenschapsgeschiedenis.


Gevraagd wordt: een studie naar schoolvorming in de natuurwetenschappen, bijvoorbeeld in de natuurkunde, met aandacht voor bijvoorbeeld het historisch perspectief of de vraag in hoeverre schoolvorming onder invloed van moderne communicatiemiddelen en met name internet zal veranderen.


The natural sciences are generally seen to be particularly prone to the formation of research schools. A prominent scientist often acts as an example for his or her colleagues, in particular younger collaborators, such as postgraduate students, who are thus stimulated to follow his or her specific approach. Such followers may become part of a coherent research school..

On closer inspection, the formation of such schools in the sciences, especially in recent times, turns out to be a much more complex phenomenon, in which many elements play their part. One may think of:

  • the ‘tradional’ formation of research schools as described above, where a single scientist acquires followers by his or her example, and which we come across mostly in the past.
  • the formation of schools can also occur when a scientist supervises a large stream of disciples, who are moulded by the research programme in which they participate.
  • Geopolitical factors such as isolation. One may think of the Landau school of theoretical physics, which came into being partly through the physical isolation of its Russian members.
  • The size of a country. A small nation may establish a research school sooner, when a limited number of scientists becomes dominant. One example is the erstwhile ‘Dutch School’ of statistical physics in the years between 1960 and 1980, another the current Dutch school of macro-molecular chemistry.
  • A school may emerge when a one person controls an entire group of experimental scientists that is focused on testing that person’s ideas, which leads to new questions – one may think of De Gennes’ ‘Soft Matter School’.
  • The presence or absence of experimental means may extert their influence – the impish character of a part of the French school of experimental physics was, up to a point, the consequence of a lack of means. On the other extreme, the availability of unique facilities or instruments may also provoke coherent research schools.
  • The scientific ‘system’ of a country exerts a definite influence, for example through the way in which international peers are being consulted, or the degree to which researchers depend on external funding.
  • The formation of a school of thought can take place in an institution with a defined focus, because its researchers influence one another and develop a communal approach. Good examples are Bell Labs, or modern instutions with a clear focus such as the Perimeter Institute or the Institute for Mathematics and Physics of the Universe in Tokyo.

Those who aspire to be awarded the prize, are asked to submit an original study that casts a new light on the formation of schools of thought in the natural sciences. This can be done by elaborating upon one of the examples mentioned above, by writing a more extensive study which compares various ways in which schools established themselves, or by analyzing the influence of modern means of communication on changes in school formation.

Form of reply

The answer may consist of either:

  • a more extensive monograph in a publication-ready form
  • a number of existing publications (the majority of which has to have appeared during th last three years prior to January 1st, 2017, and where the candidate is the author or one of the main authors), accompanied by a piece specifically authored for the contest which offers a scientific frame for these publications.


In order to be eligible for evaluation, the answers need to be submitted fourfold before January 1st, 2017, to Directeuren van Teylers Stichting (Spaarne 16, NL–2011CH Haarlem, the Netherlands). Papers submitted after that time shall not be considered.

Answers may be submitted in either Dutch, French, German, or English.

In consequence of the conditions set out in the testament of Pieter Teyler van der Hulst, those texts that have not been published before cannot mention the name of the author: they should be submitted anonymously, signed with a motto. The submission should also contain a sealed envelope containing the motto as well as the author’s name and address.


Evaluations are conducted by Teylers Second Society, which is bound to submit a proposal regarding the award to Directors of Teylers Foundation within four months after the closing date of the contest. Directors decide within one month; their decision is irrevocable. All participants of the contest are informed immediately thereafter.


The award consists of a honorary golden medallion, manufactured using the Society’s stamps. The medallion shall be prestented to the winner(s) during a special ceremony in Teyler’s Museum. Professional media, the press and other interested parties shall be informed about this occasion.


The author is allowed to publish the winning submission with the mention of the award by Teyler’s Foundation. The Foundation and the Society may consider to be of assistance in this matter.


More information can be gained from the Society’s secretary ( The editorial boards of journals and other organizations (that decide not to print the above in its entirety) are urgently requested to point any potential authors to the prize contest program, so that they may take notice of the relevant requirements. For that purpose, a form can be requested from the secretary.

Those that wish to learn more about Pieter Teyler van der Hulst, Teyler’s Foundation and its associate institutions, both Societies, the museum and the almshouse, may do so from M. Scharloo (ed.), Teylers Museum: A Journey in Time (Haarlem 2010).

 [Fv1]Of: research


Er is een algemene notie dat in de natuurwetenschappen vaak schoolvorming plaats vindt: een toonaangevende wetenschapper is vaak een voorbeeld voor collega’s, vaak jongere collega’s zoals promovendi, die daardoor gestimuleerd worden om zijn of haar aanpak of theorie te volgen. Door dergelijke volgelingen ontstaat een wetenschappelijke school.

Bij nadere beschouwing is schoolvorming in de natuurwetenschappen vooral tegenwoordig een veel complexer fenomeen, waarbij allerlei verschillende elementen een rol kunnen spelen. Denk hierbij aan:

  • de ‘traditionele’ schoolvorming zoals hierboven omschreven, van een enkele wetenschapper die volgelingen krijgt door zijn voorbeeldfunctie, vinden we vooral in het verleden.
  • schoolvorming kan ontstaan door senior-collega’s die voor junior-collega’s een voorbeeldfunctie vervullen, maar ook doordat een onderzoeker door een lange stroom promovendi of postdocs langzaamaan een eigen groep “volgelingen” creëert.
  • geopolitieke factoren zoals isolement – denk bijvoorbeeld aan de Landau-school in de theoretische fysica, die mede door het isolement van de Russische wetenschappers tot stand is gekomen.
  • de grootte van een land: in een klein land ontstaat sneller een school doordat enkele wetenschappers de toon kunnen zetten – denk bijvoorbeeld aan de vroegere ‘Nederlandse school’ van de statistische fysica uit de periode 1960-1980, of de huidige Nederlandse school op het gebied van macromoleculaire chemie.
  • een school kan ontstaan doordat een onderzoeker een hele experimentele groep aanstuurt die gericht is op het testen van de ideeën van die onderzoeker, en waaruit ook nieuwe vragen naar voren komen – denk aan de ‘soft matter’ school van De Gennes.
  • aan- of afwezigheid van experimentele middelen kunnen hun invloed hebben – het speelse karakter van een deel van de Franse school van experimentele natuurkunde is tot op zekere hoogte een gevolg van gebrek aan middelen, anderzijds kan rond de aanwezigheid van een bepaalde faciliteit schoolvorming ontstaan.
  • het wetenschapssysteem van een land heeft een duidelijke invloed, bijvoorbeeld door de mate waarin internationale referenten worden geraadpleegd, of onderzoekers afhankelijk zijn van externe financiering.
  • schoolvorming kan ook rond een heel instituut met een bepaalde focus plaatsvinden, doordat onderzoekers binnen dat instituut elkaar beïnvloeden en een gemeenschappelijke aanpak ontwikkelen – denk aan Bell Labs, of moderne instituten met een duidelijke focus zoals het Perimeter Institute of wellicht het Institute for Mathematics and Physics of the Universe in Tokyo.

Voor bekroning komt in aanmerking een originele studie die nieuw licht werpt op schoolvorming in de natuurwetenschappen, bijvoorbeeld door een of meerdere van bovengenoemde vormen uit te diepen, of door een bredere studie van dit fenomeen waarbij verschillende manieren van schoolvorming worden vergeleken dan wel de veranderingen door de opkomst van moderne communicatiemiddelen worden geanalyseerd.


Het antwoord kan bestaan uit een langere studie in de vorm van een voor publicatie gereed geschrift of uit een aantal publicaties (die merendeels zijn verschenen gedurende de laatste drie jaren vóór 1 januari 2017 en waarvan de indiener de auteur of één der hoofdauteurs is), vergezeld van een voor de gelegenheid van de prijsvraag geschreven stuk dat nog niet is gepubliceerd en dat de eerdere publicaties in een ruimer wetenschappelijk kader plaatst.


Om voor beoordeling in aanmerking te komen, moeten de antwoorden vóór 1 januari 2017 in viervoud in het bezit zijn van Directeuren van Teylers Stichting (Spaarne 16, 2011 CH Haarlem). Inzendingen die na dat tijdstip binnen komen, zullen niet in behandeling worden genomen.

Ingeleverde teksten dienen te zijn gesteld in het Nederlands, Frans, Duits of Engels.

Ingevolge de bepalingen van het testament van Pieter Teyler van der Hulst, mogen de niet eerder in druk verschenen teksten niet de naam van de auteur vermelden: zij moeten anoniem worden ingeleverd, slechts ondertekend met een spreuk. De inzending dient tevens te bevatten een van diezelfde spreuk voorzien verzegeld couvert, met daarin een opgave van naam en adres van de schrijver.


De beoordeling vindt plaats door Teylers Tweede Genootschap, dat binnen vier maanden na de uiterste inleverdatum een voorstel omtrent bekroning zal doen aan Directeuren van Teylers Stichting. Dezen beslissen daarover binnen een maand; hun beslissing is onherroepelijk. Alle deelnemers aan de prijsvraag zullen direct daarna van de beslissing op de hoogte worden gebracht.


De prijs bestaat uit een gouden erepenning, geslagen op de stempels van het Tweede Genootschap. Deze penning zal tijdens een bijzondere bijeenkomst in Teylers Museum aan de bekroonde inzender(s) worden uitgereikt. Van deze gelegenheid zullen vakbladen en pers, eventueel ook andere belanghebbende personen en instanties, tijdig worden verwittigd.


De bekroonde inzending zal door de auteur zelf worden gepubliceerd, onder vermelding van de bekroning door Teylers Stichting. Stichting en Genootschap kunnen overwegen hierbij behulpzaam te zijn.


Nadere inlichtingen kunnen worden ingewonnen bij de secretaris van het Genootschap ( Redacties van tijdschriften en andere instanties die de aandacht van hun lezers willen vestigen op deze prijsvraag (maar het bovenstaande niet integraal afdrukken), wordt dringend verzocht in hun berichtgeving met nadruk te wijzen op de wenselijkheid dat potentiële inzenders het prijsvraag-programma consulteren, opdat zij kennis nemen van alle bovenvermelde bepalingen. Daartoe kan een exemplaar van het formulier worden aangevraagd bij de secretaris. Over erflater Pieter Teyler van der Hulst, over Teylers Stichting en de daarbij behorende instellingen als de beide genootschappen, het museum en het hofje leze men ‘Teyler’ 1778-1978 (Haarlem 1978) en De idealen van Pieter Teyler. Een erfenis uit de Verlichting (Haarlem 2006).

Lopende prijsvragen

De voor bovenstaande prijsvragen uitgeschreven programma’s (met nadere toelichting) zijn te verkrijgen bij de secretaris van Teylers Tweede Genootschap:


Inzendingen dienen voor 1 januari 2017 in bezit te zijn van: Directeuren van Teylers Stichting, Spaarne 16, 2011 CH Haarlem.