Huygens and Titan, Saturn’s moonHuygens en Titan

On 25 March 1655, Huygens discovered a moon orbiting the planet Saturn, using a telescope lens he had ground himself. Christiaan initially formulated his discovery in the form of an anagram: a rearranging of the letters to hide the original meaning of his Latin sentence. By making his discovery known to a few correspondents in this manner, Huygens safeguarded his claim to the discovery, while allowing himself the time to test his theories by observing Saturn for longer.

Christiaan used a line of verse by the Roman poet Ovid for his anagram: ‘ADMOVERE OCVLIS DISTANTIA SIDERA NOSTRIS’, with an additional string of unconnected letters VVVVVVVCCCRRHNBQX’. The translation of the first section is: ‘They brought the distant stars closer to our eyes’. As Christiaan himself said: ‘Nobody saw before me, what was hidden in these letters’.

Huygens revealed the real meaning of this anagram a year later, in March 1656, in a small printed pamphlet entitled DE SATURNI LUNA OBSERVATIO NOVA and in some letters to his correspondents. The text of the pamphlet was also included in Pierre Borel’s book about the discovery of the telescope (De vero telescopii inventore), which appeared later that month.

The correct reading of the anagram is ‘SATURNO LUNA SUA CIRCUNDUCITUR DIEBUS SEXDECIM HORIS QUATUOR’, which can be translated as ‘Saturn’s moon circles the planet in sixteen days and four hours’.

Christiaan was so pleased with this discovery that he used a diamond to engrave the first lines of the anagram around the edge of the object lens (objective) he used to discover the planet. This lens can still be viewed today. It was found by chance in 1867 among a number of antique instruments at Utrecht University. This ‘Admovere’ lens is now in the Utrecht University museum.Op 25 maart 1655 ontdekte Huygens met een zelf geslepen lens een maan rond de planeet Saturnus. Christiaan formuleerde zijn ontdekking eerst in de vorm van een anagram: een letterverschuiving die de oorspronkelijk betekenis van zijn Latijnse zinsnede verborg. Door zijn hypothese in zo’n vorm aan enkel correspondenten bekend te maken, stelde Huygens de prioriteit van de ontdekking zeker, maar had hij de tijd zijn veronderstelling door langduriger observaties aan Saturnus te testen.

Voor het anagram maakte Christiaan gebruik van een versregel van de Romeinse dichter Ovidius: ‘ADMOVERE OCVLIS DISTANTIA SIDERA NOSTRIS’, aangevuld met enige losse letters VVVVVVVCCCRRHNBQX’. Het eerste stuk luidt daarbij in vertaling: ‘Ze hebben de verre sterren naar onze ogen gebracht’. Volgens Christiaan had ‘niemand voor mij gezien, wat in deze letters verborgen is’.

De echte betekenis van dit anagram onthulde hij een jaar later, in maart 1656, in een klein gedrukt pamfletje DE SATURNI LUNA OBSERVATIO NOVA en in enige brieven naar zijn correspondenten. De correcte lezing moest zijn ‘SATURNO LUNA SUA CIRCUNDUCITUR DIEBUS SEXDECIM HORIS QUATUOR’, hetgeen vertaald kan worden als ‘Rondom Saturnus beweegt zijn maan in zestien dagen en vier uur’.

Christiaan was zo tevreden over zijn vondst dat hij de beginregels van dit anagram met een diamant graveerde in de rand van de objectieflens waarmee hij deze maan ontdekte. Deze lens bestaat nog steeds. In 1867 werd het glas bij toeval gevonden tussen een aantal oude instrumenten van de Universiteit Utrecht. De bewuste ‘Admovere’- lens bevindt zich tegenwoordig in het Utrechtse Universiteitsmuseum.