At the Illustrious School in BredaStudie te Breda

After two years at Leiden, Christiaan was transferred by his father — this time with his younger brother, Lodewijk — to the new “Illustrious School” at Breda, which had just been founded by the Prince of Orange (Frederick Henry), and of which his father was one of the trustees. Here, Christiaan continued his legal studies from March 1647 to August 1649.

There is little doubt that Law was not Christiaan’s own choice: his earlier studies had awakened in him a love of mathematics and science. In his social circle, these subjects were considered more as hobbies appropriate for a gentleman of leisure — and which were therefore taught at university — but which should not become a serious occupation. One could not make a living with research, and practical mathematics was the domain of humble “mathematical practitioners” and therefore unsuitable for a person of Huygens’s social standing. With training in Law, one could hope to attain high administrative positions, and it is therefore understandable that father Huygens pushed his sons in this direction. However, partly because of the new ideas of Descartes, Christiaan saw the study of mathematics and natural philosophy (i.e. physics) as the key to a new world, to the pursuit of which he felt he could devote his life. Throughout his studies at Breda, he remained in contact with his Leiden mathematics professor, Van Schooten.Na twee jaar werd Christiaan door zijn vader weer van de Leidse universiteit weggehaald. Van maart 1647 tot augustus 1649 zette hij zijn rechtenstudie voort aan de illustere school te Breda, ditmaal samen met zijn jongere broer Lodewijk. Deze school was zojuist opgericht door de prins van Oranje, de broodheer van Christiaans vader, die heer van Breda was. Vader Huygens werd een van de curatoren van de hogeschool en kon er op rekenen dat zijn zoons met enige consideratie behandeld zouden worden.

Er bestaat weinig twijfel over dat de rechtenstudie niet Christiaans eigen voorkeur was. De eerdere studies hadden bij hem de liefde tot wiskundige studie en natuuronderzoek doen ontwaken. In zijn kringen gold dit meer als een soort culturele bagage waardoor een heer van stand zich kon onderscheiden van het gewone volk (en die daarom ook aan de universiteit werd onderwezen), maar die men ook weer niet al te serieus moest nemen. Maar mede onder de indruk van de nieuwe ideeën van Descartes zag Christiaan dit als sleutel tot een nieuwe wereld, waaraan men zijn leven kon wijden. Ook vanuit Breda bleef hij met zijn Leidse leermeester Van Schooten over wiskundige onderwerpen in contact.

Met natuuronderzoek viel in die tijd echter geen droog brood te verdienen en wiskunde was vooral het terrein van eenvoudige practizijns. Met een rechtenstudie kon men daarentegen belangrijke posities in de maatschappij bekleden. Het is daarom begrijpelijk dat vader Huygens zijn zoons deze kant op stuurde.