Verslag History of Science Society Annual Meeting in Cleveland, Ohio (3-6 November 2011)

Door Ida Stamhuis en Ilja Nieuwland

HSS (History of Science Society Annual Meeting) 2011 werd zoals gewoonlijk georganiseerd in een hotel (Renaissance) in aanbouw/verbouw, ditmaal in het hartje van Cleveland. Het aandeel niet-Amerikanen was, in contrast tot vorig jaar in Montreal, nogal miniem: Cleveland was voor de buitenlanders kennelijk niet opwindend genoeg. De Nederlanders bestonden uit ondergetekenden, Marius Buning (EUI Florence), Floris Cohen (Utrecht), Marti Huetink (Brill) en Hollandais honoraires Andreas Weber (Leiden/Twente), Sven Dupré (Max Planck) en Lissa Roberts (Twente). Het congres werd samen met ’4S’ (Social Studies of Science Society) en SHOT georganiseerd, maar aangezien de conferenties van deze organisaties in ander hotels plaatsvonden was het contact nogal minimaal. Ook de zaal met uitgevers en boeken bevatte eigenlijk slechts Engelse en Amerikaanse uitgevers, met maar één uitzondering: Brill uit Leiden.

Inhoudelijk was het minder interessant dan voorgaande jaren. Waar vorig jaar nogal wat nieuwe projecten werden gepresenteerd waren de sessies zelf nu minder vernieuwend en bovendien bij tijden onsamenhangend. Er bleek op het laatste moment ook nogal wat door elkaar gehusseld te zijn vanwege het grote aantal uitvallers; de gevolgen waren merkbaar. De sessie van Nieuwland was teruggebracht van vier naar twee deelnemers en die van Stamhuis helemaal over andere sessies verspreid.

De stad Cleveland bleek een stuk interessanter te zijn dan we beiden had verwacht. Het centrum kent vele gebouwen uit de periode rond 1900, de gloriedagen van de Steel Belt, waarvan vele recent waren opgeknapt. Er was zelfs een autovrije straat (4th Street), die veel café’s en restaurants bevatte. En ook in Cleveland openbaarde zich de ‘Occupy’-beweging, zij het beduidend minder massaal dan in New York: een man of tien, die op zondagochtend door Nieuwland nog van kopjes koffie werden voorzien vanuit het Holiday Inn-hotel. Tenslotte liep het kleurverschil tussen de witte conferentiebezoekers (95% blank) en de mensen op straat (85 % African American, behalve de Occupy-ers) hier wel erg in het oog.

Eerste dag (Donderdag 3 november; Stamhuis) Donderdagmiddag was er voor belangstellenden een voorprogramma. Er was een evaluatiebijeenkomst van de ‘HSS Women’s Caucus’. Deze informele groep bestaat al meer dan 20 jaar. Tot de oprichters behoren Sally Kohlstedt en Margaret Rossiter. Het doel was tweeledig. Men wilde enerzijds vrouwen binnen HSS zichtbaarder maken, verder een groep zijn waar de vrouwen elkaar konden ontmoeten en strategieën bespreken en toepassen om de rol van de vrouwen binnen de HSS te vergroten. Anderzijds wilde men het onderzoek en onderwijs in vrouwen in de wetenschapsgeschiedenis bevorderen. Uit een vergelijking van de positie van de vrouwen binnen HSS toen en nu , kon worden geconcludeerd, dat er veel is veranderd; dat het doel min of meer is bereikt. Zo zijn op dit moment zowel de past-president als de president-elect vrouwen. Wat betreft het onderwijs en onderzoek werd de vraag besproken of de analytische categorie van vrouw niet moest worden verbreed en bijvoorbeeld behalve de vrouw ook sexualiteit, gender en ras moest bevatten. Meerderen doen dat al in hun onderwijs. Hierover werd gediscussieerd, maar het laatste word is er nog niet gezegd, temeer daar het niet duidelijk is wat daarvan de consequentie voor de Women’s Caucus’ zou moeten zijn. Het avondprogramma bestond uit een aangeklede receptie in het Science Museum, waarbij ook met de deelnemers van de 4S (Social Studies of Science) en SHOT (Society for the History of Technology)-conferenties aanwezig waren, evenementen die dit jaar samenvielen met HSS.

Cleveland by night.

Tweede dag (Vrijdag 4 november; Stamhuis) Vrijdagochtend nam ik zoals gewoonlijk deel aan het ontbijt van de Women’s Caucus. Voor mij heeft deze bijeenkomst goed gewerkt. Het sfeer is er altijd plezierig en het is een uitstekende gelegenheid voor ‘netwerken’, wat zoals iedereen weet, één van de hoofddoelen is van conferentiebezoek. Daarna woonde ik de sessie ‘Defending Science Against Standardization” bij. Daarvan is me vooral bijgebleven dat standaardizatie misschien enerzijds wel als heel wetenschappelijk kan worden beschouwd, maar dat een discipline van standaardizatie creativiteit verhindert, en creativiteit is toch essentieel voor wetenschap. Interessante tegenstelling om verder over na te denken. De Author’s Workshop, waar tijdens de lunch enkele vertegenwoordigers van grote uitgeverijen aan het woord kwamen, bleek voor mij grotendeels een open deur en deze bijeenkomst heb ik dan ook niet tot het eind bijgewoond. ‘s Middags hield ik mijn lezing over het eerste genetische instituut in Duitsland, dat bijna helemaal door vrouwen werd bevolkt. Ik vergeleek de carrières van een man en een vrouw in vergelijkbare posities en probeerde op die manier het genderperspectief inzichtelijk te maken. Tot mijn aangename verrassing waren er meerdere vragen waaruit echte belangstelling bleek.

Silvian Schweber gaf dit jaar de ‘HSS Distinguished Lecture’ over ‘Biography as Contextual History: Hans Bethe’. Het was leuk om deze ongeveer 80-jarige man-met-staartje vergezELd door echtGenote met lange grijze vlecht te zien, maar ik had de indruk dat zijn lezing dan wel niet slecht, maar ook nier erg vernieuwend was.

De volgende ochtend woonde ik de sessie bij n.a.v. Robert’s Westman’s boek The Copernican Question. Deze sessie die werd voorgezeten door Carolyn Merchant was uitstekend. Met name de lezingen door Peter Barker en Peter Dear maakten indruk op mij. Uit het antwoord op mijn vraag aan Peter Barker, die associate editor van Centaurus is, of Centaurus deze sessie zou kunnen en moeten publiceren, bleek dat andere tijdschriften ons waarschijnlijk al te snel af waren.

Derde dag (Zaterdag 5 november; Nieuwland) Dit jaar was er zichtbaar veel aandacht voor kwesties rondom representatie, wat met name op deze zaterdag duidelijk werd. Sessies behandelden thema’s van de relatie tussen fysica en abstractie tot de presentatie van wetenschappelijke resultaten. Een interessante bijdrage werd geleverd door Ana Simoes et al., die de houding van de Portugese pers bij het verschijnen van de komeet van Halley in 1910 besprak. Wel bleek dat de selectiecommissie een aantal bijdragen had toegelaten waarvan op zijn minst kon worden afgevraagd wat de relatie met wetenschapsgeschiedenis mocht zijn. Een voorbeeld was Francesca Brittans verhandeling Fairy Magic, Musical Science, and the Technologies of the Nineteenth-Century Orchestra, waarin volkscultuur en musicologie een beduidend grote aandeel kregen dan de nogal geforceerde (en derhalve minimale) relatie met techniek en wetenschap. Wellicht heeft het samen congresseren met 4S en SHOT hier een rol gespeeld. Een pareltje (voor hen die in de representatie van wetenschap geïnteresseerd waren) werd gevormd door de sessie ‘Mail order Science’, waarin de relatie tussen wetenschap, popularisering en merchandising werd behandeld. Geïnteresseerden in ‘harde’ wetenschap kwamen in de middagsessies beter aan hun trekken. De dag werd afgesloten met het gebruikelijke diner, waarin zoals gewoonlijk vooral het contrast tussen keurig queuende Britten en minder altruïstisch opererende andere nationaliteiten duidelijk werd.

Topoverleg tijdens de koffie (v.l.n.r. Sven Dupré (MPI/FU Berlin), Ida Stamhuis (VU), Marti Huetink (Brill) en Daniel Margócsy (Hunter College, CUNY).

Vierde dag (Zondag 6 november; Nieuwland) HSS loopt altijd nog even door op de zondagochtend en dat zijn lastige sessies; de helft van de deelnemers is onderweg naar het vliegveld en van de andere helft is een substantieel deel bezig de kater te verwerken van het congresdiner de voorafgaande avond. Daarom mochten onze sessie Revisiting Iconography; the persistence and circulation of scientific illustations nog best blij zijn met een ruim dozijn aandachtige toehoorders. Ze concentreerde zich op wetenschap en illustratie. Door de uitvallers was het oorspronkelijke idee om een diachroon beeld te presenteren wat in het water gevallen. Daniel Margocsy (Hunter College, CUNY) vertelde over ideaalbeelden van het paard in vroegmodern Europa, terwijl ik me richtte op de de rol van Archaeopteryx lithographica als een kaleidoscoop van evolutionaire illustratie. Het geheel werd bijeengebracht door een commentaar van Sven Dupré, die ons beiden nog wat ongemakkelijke vragen wist te stellen. Wel hadden we de aandacht van coryfee Owen Gingerich.

Al met al geen onaardige conferentie, maar duidelijk onder de standaard van de voorgaande jaren, zowel qua informatiegehalte als bezoekers. Hoewel het idee om samen met 4S en SHOT samen congresseren niet onaardig was, kwam er in de praktijk niet zoveel van terecht omdat de conferenties in nogal ver van elkaar gelegen hotels plaatsvonden.

Op naar San Diego in 2012!

Zaadjes voor de verbeelding: Verslag themadag ‘Tussen wetenschap & kunst’, Academiegebouw Universiteit Groningen, 14 november 2011

Een dag rondom het thema wetenschap en kunst trekt mensen, ook naar Groningen. SAE (Stichting Academisch Erfgoed), VSC (Vereniging van samenwerkende centra en musea in wetenschap en techniek) en het Universiteitsmuseum Groningen stelden een zeer divers programma samen, dat verrassend inspirerend uitpakte.

Door Esther van Gelder

In de statige omgeving van de Senaatskamer in het Groningse Academiegebouw werd het publiek getrakteerd op presentaties van kunstenaars, kunsthistorici en conservatoren die zich bewegen op de raakvlakken tussen wetenschap en kunst. Eigenlijk hielden bijna alle sprekers een pleidooi voor het belang van de verbeelding in wetenschap en in haar geschiedenis in boeken en musea. Er zijn natuurlijk ook veel overeenkomsten: verwondering, creativiteit, autonomie en buiten de gebaande paden durven treden, spelen in beide gebieden een grote rol. Zo schrijft kunsthistorica Marrigje Rikken een proefschrift over het gebruik van natuurhistorische kennis door Nederlandse kunstenaars in de vroegmoderne tijd. Zij liet zien dat er in de late zestiende eeuw in Antwerpen een nieuw genre ontstond: de dierenreeks. Afbeeldingen van nieuwe diersoorten gingen vaak terug op één exemplaar, bijvoorbeeld de olifant Emanuel die in 1563 door Antwerpen paradeerde, maar door de contacten tussen kunstenaars onderling werd het beeld steeds weer gekopieerd in verschillende media. De vaardigheden van kunstenaars waren destijds dus erg belangrijk voor de verspreiding van natuurhistorische kennis.

Maar kunstenaars kunnen ook nu nog belangrijk zijn voor (het begrip van) de wetenschap. Rolf ter Sluis, directeur van het Universiteitsmuseum Groningen, werkt bijvoorbeeld graag samen met kunstenaars als gastconservatoren. In 2004 liet hij beeldend kunstenaar Wim T. Schippers toe in het museum. Die confronteerde de bezoeker met het fenomeen verzamelen als een van de basisprincipes van de wetenschap: Schippers plaatste bijvoorbeeld een aantal kinderskeletjes uit een achttiende-eeuwse anatomische collectie in en om een kleurige ballenbak, alsof ze grote pret hadden en zo weer door hun ouders opgehaald konden worden. Provocerend, maar ook veelzeggend, want opeens kon men niet meer met een neutrale blik kijken naar objecten die daarvoor zo vanzelfsprekend leken. De kunstenaar kan ons zo weer leren waar het in de wetenschap eigenlijk om gaat: kritisch kijken!

Wim T. Schippers, Installatie (2004). Universiteitsmuseum, Groningen

Even inspirerend was het nieuwe project van beeldend kunstenaar Heerko Tieleman. Hij werkt aan een getekende dissertatie over het Groningse studentenleven door de eeuwen heen. Geïnspireerd door de sepia-functie op moderne digitale camera’s doet hij juist het omgekeerde: kleurloze gravures, foto’s en beschrijvingen tot leven brengen in kleurige en hyperrealistische afbeeldingen. Dat ‘inkleuren’ moeten we niet te letterlijk nemen: zijn beelden zijn gebaseerd op grondig archief- en beeldonderzoek naar de mode, gebruiken en gebeurtenissen uit vier eeuwen studentenleven. Hij plaatst zijn werk daarom graag in de lijn van de grote cultuurhistoricus Johan Huizinga, die een grote rol toebedeelde aan de kracht van de verbeelding in de geschiedschrijving.

Er was meer, maar zoals Marjelle van Hoorn van de SVC zei tijdens de afsluiting: dit zijn slechts zaadjes voor de verbeelding, misschien komen ze naar aanleiding van deze dag ook op andere plaatsen tot ontkieming.

Zie ook het twitterverslag met foto’s en informatie over de andere sprekers.


Foto boven: Heerko Tilleman, Binnen Damsterdiep (detail), 2006.

Nieuwe Reinwardt-brievenuitgave door Theo Mulder uitgereikt

Op vrijdag 11 november 2011 ontving Jet de Ranitz, voorzitter van het college van bestuur van de Reinwardt Academie, de correspondentie-uitgave van Caspar Reinwardt uit handen van Theo Mulder, directeur instituten van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Het boek werd verzorgd door het Huygens ING en is te downloaden of, via printing-on-demand, als boek te bestellen. Read more…

Verslag tweede onderzoekscolloquium Netwerk Medische Geschiedenis (Den Haag, 28 oktober)

‘Spaar elkaar niet. We zijn hier vanmiddag om van elkaar te leren’. Met deze woorden trapt dagvoorzitter Karin Bakker af op het tweede onderzoekscolloquium van het Netwerk Medische Geschiedenis, dat plaatsvond op 28 oktober in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag. Dit netwerk is een initiatief van drie promovendi in samenwerking met het Huizinga Instituut en het genootschap Gewina. Op de colloquia van dit netwerk krijgen onderzoekers de gelegenheid om lopend onderzoek te presenteren en daarover met de aanwezigen in discussie te gaan. Daarbij wordt uitgegaan van een brede definitie van medische geschiedenis, met aandacht voor culturele, sociale en wetenschappelijke aspecten van geneeskunde en gezondheidszorg.

Lees verder op Historici.nl