Zoekgereedschap voor geleerdenbrieven ePistolarium gepresenteerd in Utrecht (13 juni 2013)

Door Joas van der Schoot

Op donderdag 13 juni 2013 werd in de 17e-eeuwse St. Gertrudiskapel in Utrecht ter afronding van het NWO-project Circulation of Knowledge (CKCC) het ePistolarium gepresenteerd en gelanceerd. Deze innovatieve tool voor onderzoek naar 17e-eeuwse geleerdenbrieven is ontwikkeld in een samenwerkingsverband van het Descartes Centre (Universiteit Utrecht), Huygens ING (knaw), DANS (knaw), de Universiteit van Amsterdam en de Koninklijke Bibliotheek, met financiële steun van NWO en Clarin. Het ePistolarium is een open source online database die de gedigitaliseerde correspondenties ontsluit en doorzoekbaar maakt. Het is de bedoeling dat in de komende jaren het corpus dat is opgenomen in het ePistolarium (op dit moment onder andere de correspondenties van René Descartes, Constantijn en Christiaan Huygens en Hugo de Groot) verder zal worden uitgebreid.

Na een korte opening door projectleider Wijnand Mijnhardt (Descartes Centre; Video) gaf Charles van den Heuvel (Video) een presentatie over de ontwikkeling van het project en de verschillende inhoudelijke en technische problemen die overwonnen moesten worden. Met name de grote diversiteit van het in de database opgenomen materiaal vormde een uitdaging. Want hoe maak je brieven doorzoekbaar die zijn geschreven in verschillende talen in een periode waarin van standaardspelling nog geen sprake was? Na een moeizame start zijn de onderzoekers en ict-ers erin geslaagd om via het gebruik van metadata, topical modeling en random indexing de doorzoekbaarheid van de database sterk te verbeteren. Ook ging hij in op de reeds behaalde resultaten en de toekomst van het project. Met name door de uitbreiding van het in het ePistolarium opgenomen corpus zullen de functionaliteit van de tool en het gewicht van de onderzoeksresultaten sterk verbeterd kunnen worden. De presentatie werd begeleid door een speciaal voor deze gelegenheid gemaakte promotiefilm.

Gastspreker Howard Hotson (University of Oxford; Video) gaf een lezing over de bredere academische context van het project en ging in op de verschillende vergelijkbare innovatieve projecten in de digital humanities. Vanuit zijn eigen ervaring met het project ‘Early Modern Letters Online’ (Bodleian Libraries) is hij erg enthousiast over het potentieel van het ePistolarium. Met het ePistolarium is een geavanceerde en veelzijdige tool ontwikkelt waarmee correspondenties snel en efficiënt kunnen worden onderzocht. Door een integratie van de verschillende databases die al zijn en worden ontwikkeld met de technologie van het ePistolarium kan veel winst worden geboekt in het historisch onderzoek naar de Republic of Letters en de bredere vroegmoderne intellectuele geschiedenis.

Door middel van de presentatie van twee korte casussen (Video) werd aandacht gegeven aan de functionaliteit van het ePistolarium. Huib Zuidervaart (Huygens ING) presenteerde een casus rondom 17e-eeuwse waarnemingen van Saturnus. De co-citaties in het ePistolarium laten doorgaans de voornaamste spelers in de gevoerde discussies over Saturnus zien, waaronder Christiaan Huygens, maar soms ook personen die toevallig in eenzelfde brief of alinea worden genoemd. Voor een correcte interpretatie van de data blijft inhoudelijke kennis daarom van belang.

Dirk van Miert (Huygens ING) ging met zijn casus na of de traditionele scheiding tussen ‘alpha’ en ‘bèta’ terug is te vinden in het ePistolarium, door te zoeken op specifiek aan dit onderscheid gelinkte termen. De zoekresultaten bij de begrippen observatie (zoektermen observat obseruat) en geschiedenis (historia* histoir* geschiedenis) bevestigen in grote lijnen de consensus van de traditionele historiografie. Dit resultaat gaat echter in tegen Van Mierts eigen opvatting dat de term ‘observatie’ in vroegmoderne correspondenties evenzeer te vinden is antropologische, historische, filologische en epigrafische brieven als in medische, botanische, astronomische en geografische correspondenties. Van Mierts eigen selectie is echter niet kwantitatief representatief is, maar op basis van kwalitatieve criteria tot stand is gekomen. De kwantitatieve resultaten van het ePistolarium zullen dus altijd ook kwalitatief getoetst moeten worden.