Zaadjes voor de verbeelding: Verslag themadag ‘Tussen wetenschap & kunst’, Academiegebouw Universiteit Groningen, 14 november 2011

Een dag rondom het thema wetenschap en kunst trekt mensen, ook naar Groningen. SAE (Stichting Academisch Erfgoed), VSC (Vereniging van samenwerkende centra en musea in wetenschap en techniek) en het Universiteitsmuseum Groningen stelden een zeer divers programma samen, dat verrassend inspirerend uitpakte.

Door Esther van Gelder

In de statige omgeving van de Senaatskamer in het Groningse Academiegebouw werd het publiek getrakteerd op presentaties van kunstenaars, kunsthistorici en conservatoren die zich bewegen op de raakvlakken tussen wetenschap en kunst. Eigenlijk hielden bijna alle sprekers een pleidooi voor het belang van de verbeelding in wetenschap en in haar geschiedenis in boeken en musea. Er zijn natuurlijk ook veel overeenkomsten: verwondering, creativiteit, autonomie en buiten de gebaande paden durven treden, spelen in beide gebieden een grote rol. Zo schrijft kunsthistorica Marrigje Rikken een proefschrift over het gebruik van natuurhistorische kennis door Nederlandse kunstenaars in de vroegmoderne tijd. Zij liet zien dat er in de late zestiende eeuw in Antwerpen een nieuw genre ontstond: de dierenreeks. Afbeeldingen van nieuwe diersoorten gingen vaak terug op één exemplaar, bijvoorbeeld de olifant Emanuel die in 1563 door Antwerpen paradeerde, maar door de contacten tussen kunstenaars onderling werd het beeld steeds weer gekopieerd in verschillende media. De vaardigheden van kunstenaars waren destijds dus erg belangrijk voor de verspreiding van natuurhistorische kennis.

Maar kunstenaars kunnen ook nu nog belangrijk zijn voor (het begrip van) de wetenschap. Rolf ter Sluis, directeur van het Universiteitsmuseum Groningen, werkt bijvoorbeeld graag samen met kunstenaars als gastconservatoren. In 2004 liet hij beeldend kunstenaar Wim T. Schippers toe in het museum. Die confronteerde de bezoeker met het fenomeen verzamelen als een van de basisprincipes van de wetenschap: Schippers plaatste bijvoorbeeld een aantal kinderskeletjes uit een achttiende-eeuwse anatomische collectie in en om een kleurige ballenbak, alsof ze grote pret hadden en zo weer door hun ouders opgehaald konden worden. Provocerend, maar ook veelzeggend, want opeens kon men niet meer met een neutrale blik kijken naar objecten die daarvoor zo vanzelfsprekend leken. De kunstenaar kan ons zo weer leren waar het in de wetenschap eigenlijk om gaat: kritisch kijken!

Wim T. Schippers, Installatie (2004). Universiteitsmuseum, Groningen

Even inspirerend was het nieuwe project van beeldend kunstenaar Heerko Tieleman. Hij werkt aan een getekende dissertatie over het Groningse studentenleven door de eeuwen heen. Geïnspireerd door de sepia-functie op moderne digitale camera’s doet hij juist het omgekeerde: kleurloze gravures, foto’s en beschrijvingen tot leven brengen in kleurige en hyperrealistische afbeeldingen. Dat ‘inkleuren’ moeten we niet te letterlijk nemen: zijn beelden zijn gebaseerd op grondig archief- en beeldonderzoek naar de mode, gebruiken en gebeurtenissen uit vier eeuwen studentenleven. Hij plaatst zijn werk daarom graag in de lijn van de grote cultuurhistoricus Johan Huizinga, die een grote rol toebedeelde aan de kracht van de verbeelding in de geschiedschrijving.

Er was meer, maar zoals Marjelle van Hoorn van de SVC zei tijdens de afsluiting: dit zijn slechts zaadjes voor de verbeelding, misschien komen ze naar aanleiding van deze dag ook op andere plaatsen tot ontkieming.

Zie ook het twitterverslag met foto’s en informatie over de andere sprekers.


Foto boven: Heerko Tilleman, Binnen Damsterdiep (detail), 2006.