[Column] Wetenschappelijke fraude is van alle tijden: de Casus-Gabry (Huib Zuidervaart)

De academische ontmaskering van de Duitse minister Karl-Theodor zu Guttenberg heeft in Duitsland en Oost-Europa in het afgelopen jaar een beerput van wetenschappelijk (en politiek) wangedrag opengetrokken die niet meer dicht wil gaan. Talloze proefschriften bleken weinig meer te zijn dan ondeskundig (soms zelfs door ghostwriters) overgeschreven materiaal van anderen; ook eigenen hoogleraren zich kennelijk met enige regelmaat het werk van hun personeel en studenten toe. Gevallen als die van Diederik Stapel en Dirk Smeesters geven aan dat ons in Nederland weinig zelfgenoegzaamheid past. Alom werd gerept over de achteruithollende wetenschappelijke moraal, maar Huib Zuidervaart beschrijft hoe het allerminst een nieuw fenomeen betreft. Bepaalde in het afgelopen jaar het gedrag van de Tilburgse hoogleraar Diederik Stapel het nieuws, het probleem van fraude in de wetenschap is niet nieuw. Een extreem voorbeeld uit de achttiende eeuw is het geval van Haagse gentleman-scientist Pieter Gabry (1715-1770). Hoewel in deze tijd een betaalde wetenschappelijke carrière nog nauwelijks bestond, was er toch al een wetenschappelijke infrastructuur (bestaande uit wetenschappelijke genootschappen) en hadden zich inmiddels toch ook al duidelijke wetenschappelijke mores ontwikkeld. Ook toen diende wetenschappelijk werk oorspronkelijk en betrouwbaar te zijn.

Gabry echter gebruikte de wetenschap vooral om zijn eigen maatschappelijke status te vorm te geven. Zijn gelijknamige vader was in dienst van de VOC gouverneur van Ambon geweest en had in die functie een fors kapitaal vergaard. Dat kapitaal stelde zoonlief in staat, niet alleen om te rentenieren, maar ook om thuis in Den Haag een astronomisch en meteorologisch observatorium, annex laboratorium in te richten. Lange tijd gaf hij zijn waarnemingen jaarlijks op eigen kosten uit. Daarnaast publiceerde hij over deze onderwerpen in periodieken uitgegeven door diverse grote wetenschappelijk wetenschappelijke genootschappen van Europa. In 1753 gelukte het hem om tot ‘Fellow’ te worden verkozen van de Royal Society in Londen. Later dat jaar werd hij ook verkozen tot lid van de Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen (HMW), het eerste wetenschappelijke genootschap in de Nederlanden.

Ontmaskerd

In 1756 echter werd Gabry door de Haagse advocaat J.F. Drijfhout ontmaskerd als een ‘versierder’ van waarnemingen. In een wetenschappelijk artikel had Gabry een waarneming, die in 1653 (!) op de Leidse Sterrewacht was gedaan, opgesierd met verzonnen meetwaarden en gepubliceerd als gedaan door hemzelf. De affaire leidde tot een grote rel in de Nederlandse wetenschappelijke wereld. De Leidse hoogleraar sterrenkunde Johan Lulofs bestempelde Gabry als ‘een pest voor de geleerde wereld’ en Gabry zelf was door de kwestie genoopt om het begerenswaardige lidmaatschap van de HMW neer te leggen, zeker nadat was gebleken dat Gabry zich eerder ook al had voorgedaan als componist, door werk van een overleden Haagse violist te presenteren als dat van hemzelf.

De Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen trok lering uit de affaire Gabry. Dankzij deze zaak werd er bij deze organisatie een referee-procedure ingevoerd, die nadien door alle later in Nederland opgerichte wetenschappelijke genootschappen zou worden overgenomen. Voortaan zou er geen artikel meer verschijnen, alvorens deze door aan aantal vakgenoten kritisch zou zijn beoordeeld.

Halley

En Gabry? Die ging vrolijk verder op het ingeslagen pad. Dankzij het feit dat zijn sociale kring vooral bestond uit een qua samenstelling snel wisselende groep van buitenlandse diplomaten in Den Haag kon hij zijn voorkomen als ‘mathematicus, astronoom en meteoroloog’ handhaven en zelfs uitbreiden. Na de affaire van 1756 slaagde Gabry er nog in om als buitenlands lid toegelaten te worden tot de eerbiedwaardige Franse Académie Royale des Sciences, de Duitse Societas Regia Scientiarum en de eveneens Duitse Academia Naturae Curiosorum Leopoldina. De Franse academie prees hem zelfs voor de zorgvuldige tekeningen die zijn waarnemingen vergezelden. Daarnaast correspondeerde Gabry nog met wetenschappelijke academies in St. Petersburg, Berlijn en Stockholm. Bij belangrijke astronomische gebeurtenissen, zoals de eerst geregistreerde terugkeer van de komeet van Halley in 1759 , de Venusovergang van 1761, of de zon-eclips van 1764, werd Gabry´s privé-observatorium druk door Haagse ambassadeurs en andere buitenlandse diplomaten bezocht.

Kortom, Gabry’s plagiaat en ‘versiering van waarnemingen’ werd hem door de sociale gemeenschap van Den Haag nauwelijks nagedragen. In die kring kon hij zijn zelf-aangemeten status als geleerde eenvoudig handhaven. In Gabry’s sociale omgeving, zonder de extreme media-aandacht die we anno 2011 kennen, was het ‘doen alsof’ je een geleerde was, minstens even belangrijk als het werkelijk ‘zijn van een geleerde’. Dat lijkt nu toch anders te zijn

Dr. Huib Zuidervaart is Senior Onderzoeker bij het Huygens ING.

Zie over Gabry verder:

Huib Zuidervaart, ‘A plague to the learned world: Pieter Gabry, F.R.S. (1715-70) and his use of natural philosophy as a vehicle for gaining prestige and social status’, History of Science 45 (2007) 287-326. Download als PDF-bestand.