Viglius (Wigle van Aytta) 1507-1577

I. Biografie

Na de dood van zijn oudste broer in 1513 kwam Wigle of Wieger Aytta van Swichum (Barrahuis onder Leeuwarden, 19.10.1507-Brussel, 8.5.1577) onder de hoede van zijn oom Bernard Bucho van Swichum.Viglius volgde humaniora-studies te Deventer, Leiden en Geertruidenberg. In de herfst van 1522 reisde hij naar Leuven, waar hij onder leiding van Rutger Rescius en Conradus Goclenius aan het Collegium Trilingue Griekse en Latijnse letteren studeerde. Ook na zijn overgang naar de traditioneel ingestelde juridische faculteit in 1524 bleef hij het humanisme trouw. In 1526 trok hij naar de universiteit van Dôle; in 1529 deed hij Valence aan, waar hij op 8 mei promoveerde; begin juni 1529 bereikte hij Bourges, waar Andreas Alciatus zopas tot hoogleraar in het burgerlijk recht was benoemd. In 1531 trok Viglius naar Padua; de lange tocht bracht hem onder meer in contact met Amerbach, Zasius en Erasmus, met wie hij reeds in februari 1529 betrekkingen had aangeknoopt en die hij zijn leven lang zou vereren. Begin 1534 werd Viglius benoemd tot officiaal van de bisschop van Münster, een functie die hij in juli 1535 opgaf om lid te worden van het Rijkskamergerecht te Spiers. In 1537 ruilde hij die positie in voor een professoraat aan de universiteit van Ingolstadt. In het voorjaar van 1542 keerde Viglius naar de Nederlanden terug om er lid van de Geheime Raad te worden. In die hoedanigheid vervulde hij tal van diplomatieke missies. In 1549 werd hij tot president van de Geheime Raad benoemd, in 1554 tot president van de Raad van State. Daarnaast werd hij in 1559 tot eerste officiële bibliothecaris van de koninklijke bibliotheek te Brussel aangesteld. Ondanks alle eervolle benoemingen werd zijn politieke carrière onder Filips II gaandeweg door frustratie en mislukking getekend. Zijn herhaalde oproepen aan het adres van de vorst, de landvoogden én de opstandige edellieden om matigheid aan de dag te leggen vielen in dovemansoren; teleurgesteld overleed hij. Hij werd begraven in de Sint-Baafskatedraal te Gent.

II. Geschriften

Viglius publiceerde juridische leerboeken en pamfletten.Onder zijn nagelaten papieren,die hij aan het door hem in 1569 te Leuven opgerichte Viglius-college had gelegateerd, bevonden zich historische geschriften, een dagboek, een autobiografie en talrijke brieven.

In 1534 bezorgde Viglius te Basel bij Froben de editio princeps van Theophilus’ parafrase van Iustinianus’ Institutiones. Het werk bevat een programmatische voorrede waarin de uitgever zich profileert als een jurist van de humanistische, Franse school.Viglius’ editie was gebaseerd op een al te haastige collationering van twee handschriften en moest in 1536 dan ook door Rescius worden overgedaan.Verder publiceerde Viglius een commentaar op de Institutiones van Iustinianus. Daarvóór had hij reeds Dialogi de institutione jurisconsulti geschreven,een werk dat hij nimmer uitgaf en dat na zijn dood verloren is gegaan.Wel werd postuum nog één van zijn colleges te Ingolstadt gepubliceerd.

Viglius wendde zijn juridische talenten tevens voor politieke doeleinden aan. In opdracht van Maria van Hongarije schreef hij enkele doorwrochte verweerschriften waarin het agressieve optreden van hertog Willem van Kleef aan de kaak werd gesteld.

Viglius had een bijzondere belangstelling voor geschiedenis, vooral dan eigentijdse geschiedenis. In zijn postuum gepubliceerde Dissertationes historico-pragmaticae gaf hij een historisch overzicht van de soevereine vorsten van Lotharingen, Brabant, Luxemburg, Namen en Bourgondië.Verder liet hij een ooggetuigeverslag na van de eerste fase van de Schmalkaldische oorlog (herfst 1546) en van de beroeringen die Alva’s fiscale politiek veroorzaakte. Aan Viglius worden bovendien twee anoniem overgeleverde gedenkschriften over de opstand in de Nederlanden toegeschreven (De Philippo Secundo rege oratio; La source et le commencement des troubles). Het begin van het tweede geschrift, dat in 1576 dient te worden gesitueerd, blijkt een bewerking te zijn van de apologetisch gekleurde autobiografie die Viglius vermoedelijk in de jaren 1569-1570 begon te redigeren.

Viglius’ bijzondere belangstelling voor Zeitgeschichte spreekt ook uit de vele brieven die hij met zijn streekgenoot en beschermeling Joachim Hopperus (1523-1576) uitwisselde. Zij vormen slechts een fractie van de uitvoerige correspondentie die Viglius naliet en die na zijn dood slechts gedeeltelijk werd uitgegeven.

III.Werken

Rechtsgeleerdheid:

»» IN?TITOUTA»Q?OFILOU»ANTIKH?WRO?. Institutiones Iuris Civilis in Graecam linguam per Theophilum Antecessorem olim traditae … in lucem restitutae & recognitae, cum cura et studio Viglii Zuichemi Phrysii, Basel 1534; heruitgave o.m. Parijs 1534, Leuven 1536 » Commentaria Viglii Zuichemi Phrysii iureconsulti in decem titulos Institutionum D. Iustiniani, Basel 1534; heruitgave Parijs 1534, Basel 1542, Leuven 1569, Leeuwarden 1643 » Commentatio in tit. Digestorum de rebus creditis et ad tit. Codicis de edicto D. Adriani tollendo, Keulen 1583; heruitgave Leeuwarden 1643

Pamfletten:

» Assertio juris imperatoris Caroli hujus nominis Quinti, in Geldriae ducatu et Zutphaniae comitatu …, Antwerpen 1541

» Justificatio rationum ob quas Regina Hungariae, Belgii Gubernatrix, contra Ducem Cliviae arma sumpsit,

Antwerpen 1543

» Confutatio defensionis Ducis Clivensis super jure ducatus Geldriae ac comitatus Zutphaniae …, s.l. 1543

» Brevis expositio de induciis Nurembergae …,Antwerpen 1543

Historiografie:

» Dissertationes historico-pragmaticae quinque de rebus Lotharingicis, Brabanticis, Luccemburgensibus, Namurcensibus, et Burgundicis, ed. C.F. de Nelis, [Leuven] s.a.

» Des Viglius van Zwichem Tagebuch des Schmalkaldischen Donaukriegs, ed. A. von Druffel, München 1877

» ‘Commentarius … super nova impositione seu vectigali decimi denarii rerum venditarum’, in C.P. Hoynck van Papendrecht (ed.), Analecta Belgica, I.2, Den Haag 1743, 287-320

» Mémoires de Viglius et d’Hopperus sur le commencement des troubles des Pays-Bas, ed.A.Wauters, Brussel 1858

Autobiografie:

» ‘Vita Viglii ab Aytta Zuichemi, ab ipso Viglio scripta’, in C.P. Hoynck van Papendrecht (ed.), Analecta Belgica, I.1, Den Haag 1743, 1-54.

Brieven

Gedeeltelijk uitgegeven door S.A.Gabbema (1661),C.P.Hoynck van Papendrecht (1743) en anderen; zie NBW VIII, 852-853 (F. Postma). Daarnaast ook in brievenedities van o.m. Erasmus, Amerbach, Gabbema (1663).

IV. Literatuur

F. Sweertius, Athenae Belgicae, Antwerpen 1628, 701-702;V. Andreas, Bibliotheca Belgica, Leuven 1643, 844-846; J.F. Foppens, Bibliotheca Belgica, Brussel 1739, 1152-1156; BHAPB 1972, 1988; M. Erbe, art.‘Viglius Zuichemus’, in P.G. Bietenholz (ed.), Contemporaries of Erasmus, vol. 3,Toronto-Buffalo-London 1987, 393-395; F. Postma,‘Viglius van Aytta en Joachim Hopperus tegenover de Nederlandse Opstand’, BMGN, 102 (1987), 29-43; R.M. Sprenger, Viglius van Aytta und seine Notizen über Beratungen am Reichkammergericht (1535-1537),Nijmegen 1988;C.Coppens,‘Vita mortalium vigilia: aantekeningen rond Viglius en het boek’, De Gulden Passer,68 (1990),89-104;J.Gerritsen,‘Printing at Froben’s: an Eye-witness Account’, Studies in Bibliography, 44 (1991), 144-163; E.H. Waterbolk, ‘Viglius van Aytta, steunpilaar van het geheugen’, in H. Soly-R.Vermeir (eds.), Beleid en bestuur in de Oude Nederlanden. Liber amicorum Prof. Dr. M. Baelde, Gent 1993, 491-505; P.P.J.L.Van Peteghem, ‘Kardinaal Carlo Carafa, pauselijk gezant in Brussel,Viglius, voorzitter van de Geheime Raad, en de herinrichting van de bisdommen in de Nederlanden:twee onuitgegeven documenten met toekomst’, in J. De Zutter e.a. (eds.), Qui valet ingenio. Liber amicorum aangeboden aan Dr. Johan Decavele, Gent 1996,503-517;J.G.B.Pikkemaat,‘De inaugurale rede van Viglius van Aytta aan de Universiteit van Ingolstadt’, in D. Heirbaut – D. Lambrecht (eds.), Van oud en nieuw recht. Handelingen van het XVde Belgisch-Nederlands rechtshistorisch Congres, Antwerpen 1998, 53-66; F; Postma, ‘Tussen scholastiek en humanisme. Viglius van Aytta’s verblijf in Italië, 1531-1533’, in IJ. Botke e.a. (eds.), Ziedaar Italië! Vijf eeuwen Friezen en Groningers in Italië, Franeker 1998, 29-49; R. Forrez,‘Viglius’ colleges over de digestentitel De rebus creditis te Ingolstadt, 1537-1538. Een fragment: het probleem van de pecunia mixta’, Tijdschrift voor Rechtsgeschiedenis, 67 (1999), 327-348; F. Postma, Viglius van Aytta. De jaren met Granvelle, 1549-1564, Zutphen 2000.

[Toon Van Houdt]

Citeerinstructie:

Toon Van Houdt, ‘Viglius (Wigle van Aytta)’ in: Jan Bloemendal en Chris Heesakkers, eds., Bio­bibliografie van Nederlandse Humanisten. Digitale uitgave DWC/Huygens Instituut KNAW (Den Haag 2009). www.dwc.huygensinstituut.nl