Verslag Tweejaarlijke Gewina-conferentie (“Woudschoten VI”) – Meer van hetzelfde, maar toch elke keer weer anders

De “Woudschotenconferentie” in Zeist is  traditioneel een van de vaste evenementen op de kalender van wetenschapshistorici in Nederland en Vlaanderen. De zesde editie, die plaatsvond op 19 en 20 juni 2015, markeerde het tienjarig jubileum van een kleinschalig initiatief dat in 2005 werd  gestart door Bert Theunissen (Descartes Centre) en Lissa Roberts (Universiteit Twente) en sindsdien werd georganiseerd onder de vlag van het wetenschapshistorisch genootschap Gewina. Deze zesde editie, georganiseerd door Museum Boerhaave, getuigde van het succes en de potentiële problemen van de formule.

Alhoewel: formule? Een korte analyse toont dat de opzet van de conferenties in de afgelopen tien jaar verrassend flexibel is geweest. De eerste editie uit 2005 was nauwelijks een conferentie in de traditionele zin, maar eerder een workshop, waar onderzoekers elkaar hun plannen lieten zien, en waar uitvoerig werd gediscussieerd over een gemmesnchapelijk conceptueel kader, ‘Circulation of Knowledge’.. Vanaf de tweede conferentie werd veel meer het gebruikelijke model gevormd van thematisch of chronologisch gebonden sessies met drie of vier lezingen.

De vroegmoderne en moderne wetenschapshistorische wereld opereren in Nederland grotendeels onafhankelijk van elkaar en toen twee Woudschotens geleden (2011) de parallelsessies onderverdeeld werden tussen beide tijdvakken, kwam dat er in de praktijk op neer dat er twee parallelle conferenties plaatsvonden. Dat hadden de organisoren dit keer getracht enigszins te ondervangen door chronologisch georiënteerde sessies te combineren met een meer thematisch georiënteerde aanpak. Deze editie zette ook een trend van de vorige door, door naast lezingen ook andere presentatievormen te tonen, gericht op objecten, multimedia en discussie.

Nadat de Woudschotenconferenties jarenlang in omvang gegroeid zijn, bestond deze editie juist uit minder lezingen dan voorgaande jaren. Daar stond tegenover dat er meer van zulke “alternatieve” bijdragen te beluisteren en te bekijken waren. Met Museum Boerhaave in zo’n prominente rol binnen de organisatie zal het geen verbazing wekken dat materiële cultuur het overkoepelende thema was. Dit thema sluit overigens naadloos aan bij de internationale trend binnen de wetenschapsgeschiedenis, waarbij visuele cultuur en de ‘agency’ van objecten en material sterk in de belangstelling staan  In haar keynote ging Sachiko Kusukawa (Cambridge) dieper in op dit thema en benadrukte ze de belangrijke rol die de Republiek internationaal in dit verband heeft gespeeld – bijvoorbeeld in de relatie met de Royal Society. De signatuur van  Museum Boerhaave, en meer in hijzonder diecteur Dirk van Dellft  was ook terug te vinden in een ”Mediamarkt” (een naam die hier en daar tot misverstanden leidde) waarin de soms schurende relatie tussen pers en alfawetenschap aan de orde kwam.

Wellicht het meest geslaagde nieuwe element bestond uit een ”pecha kucha”, een presentatievorm die bestaat uit twintig slides, die elk twintig seconden te zien zijn. Zes masterstudenten presenteerden op deze manier hun masterthese. Deze “pecha kucha” was misschien nog wel de meest geslaagde presentatie van het hele congres. Niet alleen omdat alle deelnemers de vorm goed beheersten en een verzorgde presentatie afleverden, maar ook vanwege het hoge inhoudelijke niveau van die presentaties zelf.

Naast enthousiasme over het vak, waren ook meer kritische geluiden alom te horen: over de moeilijke relatie met de pers, over institutionele instabiliteit, maar vooral over het alarmerende gebrek aan arbeidsperspectief voor promovendi en daarmee de gevaren voor het vakgebied op de langere termijn. Promovendi hebben op de Woudschotenconferenties altijd een vooraanstaande rol gespeeld; maar het was ditmaal merkbaar hoeveel mensen die de vorige keer nog een rol hadden gespeeld om verschillende redenen afwezig waren.

“Woudschoten” is elke keer weer een graadmeter voor de richting en de toestand van de wetenschapshistorische gemeenschap in Nederland. Wat dat betreft waren deze editie hoopvolle en zorgwekkende tekenen te zien, zoals meestal dus eigenlijk. Maar het gebrek aan toekomstperspectief voor al dat talent dreigt het veld zo langzamerhand wel op te breken; wellicht dat daarom een succesvol verlopen en innovatief samengesteld congres in de eindbalans toch vooral aanleiding geeft tot zorg.