Verslag: Impressie van twee symposia ter herdenking van de vierhonderdste geboortedag van Georg Marcgraf (Recife (Brazilië) en Leiden)

Onlangs werden twee bijeenkomsten belegd ter gelegenheid van de herdenking van de 400?ste geboortedag van de (Duitse) natuuronderzoeker Georg Marcgraf (1610?1644). In Recife waren er 50?60 toehoorders, in Leiden (bij de Leidse Universiteitsbibliotheek en Museum Boerhaave) iets meer. Georg Marcgraf (in Brazilië doorgaan Marcgrave gespeld) was ten tijde van Nederlands Brazilië (d.w.z. de periode 1630?1654) onder het bestuur de verlichte Gouverneur?generaal Johan Maurits van Nassau?Siegen, een van de onderzoekers die de Braziliaanse natuur in kaart hebben gebracht.

Marcgraf zelf heeft fundamentele bijdragen geleverd op het gebied van de sterrenkunde, meteorologie, natuurlijke historie, cartografie en antropologie. Zo was het Marcgraf die in 1639 het eerste op westerse leest geschoeide astronomisch observatorium in de beide Amerika’s heeft gesticht. Daar heeft hij tot aan zijn vertrek naar Angola, eind 1643, systematisch waarnemingen verricht, conform een vantevoren opgesteld onderzoeks­programma. Deze waarnemingen zijn echter door een ingewikkelde samenloop van omstandigheden nimmer gepubliceerd, in tegenstelling tot Marcgraf’s natuur­beschrijvingen, die na zijn dood door de Leidse koopman?geleerde Johan de Laet zijn uitgegeven in de vermaarde Historia Naturalis Brasiliae. Dit in 1648 gepubliceerde boek bleef twee eeuwen lang hét onovertroffen standaardwerk aangaande de natuur van Noord?Brazilië.

De al in de 17e eeuw geredigeerde astronomische waarnemingen van Marcgraf in Brazilië zijn na tal van omzwervingen beland in Frankrijk, in het Observatoire de Paris. Dankzij een recente ontdekking van Matsuura is bekend geworden dat Marcgraf’s Braziliaanse waarnemingen geredigeerd zijn door Erasmus Bartholin, een Deense student die van 1650­1654 te Leiden verbleef, waar hij ondermeer colleges volgde bij Marcgrafs leermeester Jacob Golius, aan wie Marcgrafs astronomische handschriften door Johan Maurits waren toevertrouwd. Marcgraf’s eigen studietijd te Leiden tenslotte en zijn leerperiode op het observatorium aldaar zijn gedocumenteerd in 119 autografische documenten in het Regionaal Archief te Leiden. Deze worden in het kader van dit jubileum op kosten van de Duitse Ambassade in Nederland gedigitaliseerd en getranscribeerd en en zullen later dit jaar online worden gezet.

Bij de Marcgraf?herdenkingen ben ik betrokken geraakt dankzij de kennismaking, in de zomer van 2009 tijdens een congres in Budapest, met Prof. Dr. Oscar Matsuura, astronoom en voormalig directeur van het Sterrenkundig Observatorium te Sao Paulo. Sedert zijn pensionering maakt hij zich sterk voor de opzet van een afdeling wetenschapsgeschiedenis aan de Universiteit van Sao Paulo en is hij betrokken bij tal van initiatieven ter popularisering van de natuurwetenschappen in Brazilië. De ontmoeting met Matsuura heeft geleid tot een gezamenlijk ondernomen onderzoek waarbij de astronomische expertise van Matsuura prachtig samenging met mijn eigen kennis van de Nederlandse wetenschapsgeschiedenis, en met name die op het gebied van de Nederlandse sterrenkunde. Een gezamenlijk geschreven artikel, getiteld: “Training in Holland for Brazil. Georg Marcgraf (1610?c.1644) at work at Europe’s first University Observatory” is dit voorjaar ingestuurd naar het tijdschrift ISIS, maar helaas geweigerd, ondermeer omdat men Marcgraf’s Leidse tijd afgezet wenste te zien tegen zijn tijd in Brazilië. Het materiaal is echter dermate omvangrijk, dat we vorige week in Recife in principe hebben besloten om te streven naar de uitgave van een boek over Margraf’s astronomische observaties, in Leiden, zowel als in Recife, indien mogelijk aangevuld met de integrale publicatie van het 17e?eeuwse manuscript van Bartholin, zoals dat in Parijs bewaard is gebleven. Deze vroegste observaties die van het Zuidelijk halfrond bewaard zijn gebleven, zijn tot dusverre slechts vrij oppervlakkig bestudeerd door de wetenschapshistoricus John North.

De titel van het Symposium in Recife was “Georg Marcgrave’s 4th centennial: The science linking the Old and the New Worlds”. Daarmee is niets te veel gezegd. Het Recife onder bestuur van Johan Maurits van Nassau was het beginpunt van de moderniteit en van de globalisering. Zo wordt dat in Recife vandaag de dag nog steeds gezien. Een collega van Marcgraf, Zacharias Wagener, (hij heeft toevallig ook een aquarel nagelaten van Marcgraf’s observatorium in Recife), is de personificatie van die eerste globalisering. Wagener heeft onder Nederlandse vlag gediend in Brazilië, Oost?Indie, Japan en Zuid?Afrika. Hij is ook de auteur van een nu in Dresden bewaard fascinerend ‘Tierbuch” uit de tijd van Nederlands Brazilië. Iedereen in het hedendaagse Recife kent daar de naam “Nassau” en de Hollandse periode, dit in tegenstelling tot Nederland en Duitsland, waar de geschiedenis van “verzuimd Brasil” – zoals dit destijds in Nederland genoemd werd – nauwelijks bekendheid geniet. Wie weet bijvoorbeeld dat in 1648 bij de vrede van Münster de Nederlandse aanspraken op Brazilië door alle landen van Europa erkend zijn? Dat de Braziliaanse kolonie in 1654 toch aan het militair veel zwakkere Portugal verloren ging, is een wonder waar historici als Boxer zich langdurig over hebben verbaasd.

Links: Tekening door Zacharias Wagener: het eerste huis van gouverneur?generaal Johan Maurits van Nassau, met daarop het in 1639 gereed gekomen Astronomisch Observatorium van Georg Marcgraf, gemodelleerd naar het in 1634 opgerichte Observatorium te Leiden (rechts).

Brazilië – en ook Recife – maakt op dit moment een periode door van grote economische opgang. Het feit dat hier onder Nederlands bestuur, veelal door Duitse beambten in dienst van de Geoctrooieerde Westindische Compagnie (GWC) de eerste wetenschappelijke activiteiten zijn ontplooid, geeft kansen voor hedendaagse contacten. De conferentie in Recife, de daaraan verbonden bezoeken, enerzijds aan het voormalige ‘Mauritsstad’ en de daar gelegen – onder Johan Maurits’ bestuur gestichte – oudste synagoge op de beide Amerikaanse continenten, maar vooral ook de bezoeken aan de lokale collecties van het met particulier geld gefinancierde Museum en Instituut Brennand en het Historisch?Geografisch Instituut van Pernambuco, beiden te Recife, hebben mij duidelijk gemaakt dat hier prachtige en m.i. ook reële kansen liggen voor de op?en uitbouw van een Braziliaans?Nederlands?Duits uitwisselingsprogramma op het gebied van de humaniora. Beide instituten hebben materiaal dat in Nederland NIET aanwezig is. Zo huisvest het Museum en Instituut Brennand de grootste schilderijencollectie van Frans Post, een van de schilders uit het gevolg van Johan Maurits. Hun bibliotheek is imposant en bevat tal van 17e?eeuwse unica die verband houden met de Nederlandse periode. Ook het Historisch?Geografisch Instituut van Pernambuco heeft documenten die – zo is mij verzekerd – nog nauwelijks zijn bestudeerd.

Museum en Instituut Brennand, Recife: Een van de zes bekende origineel ingekleurde edities van de Historiae Naturalis Brasiliae (Leiden, 1648) waarin Marcgraf’s oorspronkelijk in code geschreven natuurbeschrijving is uitgegeven. Links de auteur, rechts Prof. Dr. Oscar Matsuura.

Tijdens het congres kwam daardoor de gedachte op dat hier wellicht toch een initiatief genomen zou moeten worden. Een van de sprekers was Ineke Phaf?Reinberger, zelf specialiste op het gebied van de Nederlandse cultuurgeschiedenis van Zuid?en Midden?Amerika, en toevallig tevens de echtgenote van de directeur wetenschapsgeschiedenis van het Max Planck Instituut voor wetenschapsgeschiedenis in Berlijn. Ook zij is een warm voorstander van een dergelijk initiatief. Dit initiatief kan in zoverre een gezicht krijgen, waar op dit moment zich een heel bijzondere kans aanbiedt.

Na de Nederlandse capitulatie in 1654 is door de Portugezen in Recife en Olinda feitelijk alle herinnering aan de Hollandse “bezetting” uitgewist. Afgezien van een paar forten, staat er eigenlijk geen enkel gebouw meer overeind dat door de Nederlanders is opgetrokken. Van Johan Maurits’ fraaie paleis “Frijburg” resteert vermoedelijk alleen een stokoude boom uit zijn achter het paleis gelegen botanische tuin. Echter, het stratenplan is nog geheel van de Nederlanders. Op de plaats van het oude observatorium staat nu een markant, maar vervallen huis uit de Portugese periode. Dat huis is nu te koop voor iets meer dan twee ton Euro’s. Iedereen die ik er in Recife en Leiden over gesproken heb, vindt het een prachtig idee wanneer hier op de “Ground Zero” van de Braziliaanse kunst?en wetenschap, een Braziliaans?Nederlands?Duits centrum gevestigd zou kunnen worden, waar in een documentatiecentrum de geschiedenis een gezicht zou kunnen krijgen. Vanuit dit verleden, maar met de blik naar voren gericht zou hier – in de bovenste etages ruimte gecreëerd kunnen worden ter huisvesting van studenten en/of andere Braziliaans?Nederlands?Duitse handelsinitiatieven. Uiteraard zou zoiets een degelijke inhoudelijke en financiële onderbouwing moeten krijgen, maar zonder een voorafgaand eerste idee is men nergens.

Huib Zuidervaart

Foto bovenaan: De locatie van Marcgraf’s observatorium in 2010. Alleen het stratenplan van Mauritsstad is nog uit de Hollandse tijd. Op het Marcgraf?congres is het initiatief genomen een poging te doen dit te koop staande pand te verwerven, en om te vormen tot een wetenschapscentrum.