Verslag: Congres “Anton Pannekoek (1873-1960): Ways of viewing science and society” (Amsterdam, 9 & 10 juni 2016)

Door Jorrit Smit

“Everybody say Pannekoek!’ ‘PENNNNEECOOOOKK’ ‘And again!”

Emeritus-professor Ed van den Heuvel klom dapper op het muurtje in de tuin van het Trippenhuis van de KNAW om een uniek gezelschap te vereeuwigen. Rondom astronoom en socialist Anton Pannekoek (1873-1960) hadden zich wetenschaps-, kunst- en politiek historici, filosofen, kunstenaars en astronomen verzameld. Deze diversiteit aan disciplinaire achtergronden binnen dezelfde muren zou ik op zich een succes willen noemen. (Helaas gold niet hetzelfde voor de genderverhouding onder de sprekers.) Op twee zonnige dagen met een bomvol programma moest blijken of het ook zou leiden tot vernieuwende inzichten in de samenhang van wetenschap en samenleving, en in Pannekoeks biografie in het bijzonder.

De wetenschapper

Op donderdag leerden wij Pannekoek kennen als een vooraanstaande wetenschapper in de Nederlandse en internationale astronomie die na de Eerste Wereldoorlog vorm kreeg. Er werd afgetrapt met bijdragen van Ed van den Heuvel, David Baneke en Robert Smith, die samen een beeld schetsten van de persoon Pannekoek en zijn centrale rol in de organisatie van de Nederlandse astronomie tegen de achtergrond van de internationale astronomie aan het begin van de twintigste eeuw. In de marge van deze wetenschapshistorische schetsen kwamen de politieke activiteiten van de astronoom al aan bod. Ook al liep Pannekoek in 1919 een aanstelling bij het Leids observatorium van Willem de Sitter mis vanwege zijn banden met de Communistische Partij, het hinderde zijn wetenschappelijke carrière niet, betoogde Gerrit Voerman. De politiek historicus meende dat het eerder zijn “wetenschappelijke attitude” was die hem in het marxistische speelveld steeds meer isoleerde, door zijn standpunten te presenteren als ‘het “objectief resultaat van theoretische analyse”. Zo kreeg hij het in 1903 na de spoorwegstaking aan de stok met Pieter Jelles Troelstra, en wist hij later de vooraanstaande Duitse marxist Karl Kautsky en niemand minder dan Lenin van zich te vervreemden.

Pannekoek als docent (bron: libcom.org)

Een groot deel van de conferentie vroeg zich af hoe Pannekoeks politieke ondernemingen te rijmen waren met zijn wetenschappelijke activiteit. Hij had namelijk zelf de suggestie gewekt dat zijn socialisme en zijn astronomie twee strikt gescheiden werelden waren. Pannekoek schreef, terwijl hij ondergedoken zat in de jaren veertig, twee aparte memoires en ondertekende al langer zijn politieke geschriften met pseudoniemen. Chaokang Tai, promoverend op Pannekoek, noemde deze zogenaamde breuk een retorisch construct dat door latere historici gereproduceerd is. Op zoek naar synthese, probeerde Tai een “marxistische filosofie van de geest” in samenspraak te brengen met Pannekoeks “gemiddeld subjectieve” observaties van de Melkweg. Hoe mooi de tekeningen van deze collectieve subjectiviteit ook waren – het ‘objectievere’ resultaat van vele observaties door verschillende (of dezelfde) astronomen – het bleef in het midden of deze daadwerkelijk een metafoor voor Pannekoeks ideale communistische samenleving waren. Omar Nasim (University of Kent) rondde de voorzet van Tai ambachtelijk af. Ook hij plaatste de tekeningen van de sterrenhemel centraal – niet alleen die van Pannekoek, maar ook die van Lord Rosse en John Herschel – maar legde daarbij de nadruk niet op de geest. Hij betoogde dat we de werkende hand vergeten zijn, terwijl die juist het ‘schijnbaar tegengestelde’ van natuurwetenschap en marxisme verenigt. Op meeslepende wijze liet hij zien hoe de tekening niet alleen representeert, maar een instrument is om te zien, de aandacht te richten, handelingen te sturen en de weerstand van de wereld te ontmoeten.

Het politieke universum

Waar er donderdag vooral veel sterren, telescopen en astronomen aan het woord kwamen, op vrijdag lag de nadruk iets meer op het politieke universum aan het begin van de twintigste eeuw. Annemarie Rullens en Paul Mattick gaven beiden tegenvoorbeelden van tijdgenoten (respectievelijk hoofdredacteur Willem Bonger van De Socialistische Gids en wetenschapsfilosoof Otto Neurath) bij wie de connectie tussen socialisme en wetenschap explicieter aanwezig was. Mattick liet na vele illustraties in Bauhausstijl vallen dat “images unite, words divide”. Een interessant vervolg op de opmerking van Nassim bij de slotdiscussie op donderdag dat het ons aan de juiste woorden ontbreekt om op synthetische wijze te spreken over wetenschap en politiek. Alexei Kojevnikov zijn impressionistische beeld van de receptie van relativiteitstheorie in de Russische cultuur na de revolutie van 1917 droeg hier ook aan bij. Hij traceerde thema’s als catastrofisme en wederopstanding zowel in het “periodic Universe” van de beroemde Russische astronoom Alexandr Friedmann, als in contemporaine Russische beeldende kunst en poëzie.

Pannekoek en zijn vrouw, de socialiste Johanna Maria Noordewier, ca. 1905 (Bron: www.socialhistory.org)

Jennifer Tucker en Alena Williams zochten ook resonantie tussen de sterrenhemel van astronomen en van kunstenaars. Tucker traceerde de invloed van Pannekoeks Melkweg tekeningen, ondanks zijn geschil met Lenin, tot in Russische planetaria. Williams probeerde Pannenkoeks visuele werk te interpreteren als esthetisch project dat met de nadruk op de subjectiviteit, contingentie en particulariteit van waarneming een plek had in de modernistische beeldende kunst als vroege “uitbreiding van de cinematische verbeelding”. Science fiction kwam meermaals ter sprake, onder andere bij Johan Hartle en Bart van der Steen, om in de verbeelding te vangen wat in woorden niet altijd lukt: de complexe verwevenheid van wetenschap en samenleving. Hartle identificeerde twee politieke narratieven over de kosmische ruimte, de één progressivistisch, de ander melancholisch, waar in beide het “astro-utopische” een belangrijke emanciperende rol speelde.

Collectie

Net zoals Pannekoek niet één keer naar de Melkweg keek om deze te kunnen tekenen, kregen we in deze conferentie een rijke collectie aan perspectieven en observaties van Pannekoek, de astronomie en het radicaal-links politieke klimaat in de eerste helft van de twintigste eeuw. Het resulterende “gemiddeld subjectieve beeld” dat hieruit oprees gaf aanwijzingen hoe we (zin)voller de ingewikkelde samenhang van wetenschap en samenleving kunnen duiden – en hoe daarnaar te handelen. Het waren Pannekoeks tekenende hand, de resulterende tekening en de vele verwante politieke, artistieke en literaire beelden die de verschillende werelden, van communisme tot astrofysica, verbonden. 

Jorrit Smit is promovendus bij het Instituut voor Wijsbegeerte van de Universiteit Leiden, waar hij onderzoek doet naar de wetenschapsgeschiedenis en filosofie van “valorisatie”.

Gebeurtenis:

Congres Anton Pannekoek (1873-1960): Ways of viewing science and society. KNAW, Amsterdam, 9 & 10 juni.

Organisatie: Jeroen van Dongen (Universiteit van Amsterdam), Edward van den Heuvel  (Universiteit van Amsterdam), Bart van der Steen (Universiteit Leiden), Chaokang Tai (Universiteit van Amsterdam; Universiteit Utrecht), Jeronimo Voss (Visual Artist, Frankfurt am Main) & Ralph Wijers (Universiteit van Amsterdam).