Verslag conferentie: Intellectual and Institutional Innovations in Science, Berlijn 13-15 september 2012

Het centrale thema van deze conferentie was de wisselwerking tussen institutionele verandering en ‘innovatieve’ wetenschap. De bijeenkomst werd gesponsord door het Bundesministerium für Bildung und Forschung, en dat was natuurlijk niet toevallig. De achterliggende vraag was steeds: welke institutionele factoren maken vernieuwende wetenschap mogelijk? Uiteraard leidde dit tot discussies over de definitie en meetbaarheid van ‘vernieuwend’ onderzoek, het nut van bibliometrie, en tal van andere praktische problemen, maar de kernvraag bleef daaronder gelukkig steeds zichtbaar.

De deelnemers waren zowel wetenschapssociologen als –historici. Het verschil tussen de twee groepen was duidelijk zichtbaar: de sociologen hadden presentaties met grafieken en modellen, de historici hadden plaatjes (STS-ers vertonen kenmerken van beiden). In de wandelgangen werd flink gediscussieerd over de verhouding tussen de disciplines. Voor mij als historicus hadden de sociologische presentaties soms een hoog open-deur-gehalte, zo abstract en algemeen waren ze. Aan de andere kant vonden zij de verhalen van mij en mijn collega-historici waarschijnlijk even triviaal: een case-study is leuk, maar als je niet generaliseert, wat heb je er dan aan? Toch kunnen we veel van elkaar leren. Ons werk begint precies waar dat van de ander ophoudt. Sociologen hebben historische data nodig, en historici kunnen sociologische concepten gebruiken in hun analyses. Ik heb enkele nuttige concepten opgepikt die ik in mijn onderzoek kan gebruiken, bijvoorbeeld ‘protected space’: de mate van vrijheid voor de onderzoeker om te experimenteren met nieuwe onderwerpen of methodes.

Onder de deelnemers waren uiteraard veel Duitsers, maar ook Amerikanen, Zweden, en een handvol overigen. Uit Nederland waren er naast mijzelf nog Frank van der Most (KNAW-DANS) en Grit Laudel (Twente).

Tot slot: hebben we de kernvraag kunnen beantwoorden? Er werden geen directe beleidsadviezen geformuleerd, maar er waren wel een paar rode draden te ontdekken. Bijvoorbeeld dat het goed is om een waaier van subsidievormen te hebben, en dat het voor risicovol onderzoek belangrijk is dat onderzoekers de ruimte (zowel fysiek als financieel en qua reputatie) hebben om langere tijd te kunnen experimenteren. Een grote ‘protected space’ dus.

David Baneke (Vrije Universiteit Amsterdam)

Boven: Typerende 2×2 matrix in de presentatie van een van de organisatoren © Foto: David Baneke