Sylvanus, Gualtherus Gerardi (1573c-1653)

I. Biografie

Gualtherus Gerardi Sylvanus oftewel Wolter Wolthers (Doesburg ca. 1573 – 1653) was een zoon van Gerrit Wolthers, schepen en burgemeester van Doesburg, en Jenneke Kreemers. Op 3.7.1590 liet hij zich immatriculeren in Leiden waar hij vrije kunsten en theologie studeerde. In een brief van 3.5.1594 aan de magistraat van Deventer getuigt Everhard Bronchorst van hem dat hij in de IJsselstad wel preceptor wilde worden in de vijfde klas, 21 jaar oud was, klein van postuur, in het Latijn en deels in het Grieks “sehr wall erfahren”, en dat hij in Leiden “in particulari Schola vor twie Jaren gelesen” had. Aan de Grote School van Leiden gaf Wolter van 1.11.1594 tot december 1597 (wederom) les. Van zijn schooldienst ontslagen, was hij van 1598 tot 1600 secretaris van zijn geboorteplaats.Van Doesburg ging hij naar Harderwijk waar hij op 10.12.1599 als conrector van de Latijnse school was aangenomen. Op 6.7.1602 blijkt hij daar te zijn afgetreden. Eind februari 1603 ondertekende hij in Deventer een contract waarin was bepaald dat hij vanaf Pasen rector van de Grote Latijnse School ter stede zou zijn.Van 12.03.1604 tot 16.03.1618 was hij er eveneens ouderling van de gereformeerde gemeente. Op 10.6.1619 accordeerden de schepenen en raad van Deventer zijn ontslag als rector. Hij keerde terug naar Doesburg waar hij van 1621 tot 1652 schepen en burgemeester was. Sylvanus huwde tweemaal: op 8.5.1607 te Deventer met Oda Roothuys en op 24.1.1627 te Zutphen met Margareta Wessels. Hij werd op 10.5.1653 in de Grote Kerk van Doesburg begraven.

II. Geschriften

Sylvanus’ oeuvre omvat gelegenheidsgedichten, een stadsgeschiedenis, een schoolgrammatica en een uiteenzetting van zijn denkbeelden over het onderwijs. Begin mei 1594 zou hij reeds “etlick mall excellente Carmina” in druk hebben gegeven. Eén van die gedichten is het carmen gratulatorium dat “quidam Dosborgensis” voor Franciscus ab Aerssen schreef bij gelegenheid van diens disputatie op 18.4.1592.Andere gedichten van zijn hand waren het carmen waarmee hij op 30.6.1593 het album amicorum van Daniel van Vlierden opsierde en het poëma voor Theodorus Leontius, toen deze op 1.7.1595 theses verdedigde. Bewaard is ook een inscriptie in het album van Theodorus Schrevelius

d.d. 29.4.1597.Verder prijkt nog een lofdicht in Baudartius’ Memoryen, en een gedicht op Deventer in Revius’ Daventria illustrata.Ook de pentameter “Fide Deo Vigila Consule Fortis Age”op de Deventer toren zou van hem zijn.

Tijdens zijn rectoraat publiceerde hij bovendien een Beschrijvinge der stad Deventer. Bestemd voor het onderwijs waren zijn “Deductie” over het schoolwezen en zijn Rudimenta.

III.Werken

Poëzie:

» Theodorus Leontius Frisius, Disputatio de principiis iuris (Leiden, 1595), 4r-v » Album amicorum van Daniël van Vlierden, 121-123 » Jacobus Revius, Daventriae illustratae … libri sex, Leiden 1651, 578 » Gulielmus Baudartius, Memoryen … Arnhem 1624, (?)(?)ijr-v

Inscriptie:

» Album amicorum van Theodorus Schrevelius, 188-189

» Stadsgeschiedenis:

» Beschryvinge der stad Deventer,Deventer 1616 (herdrukt achter Arnold Moonens Korte Chronyke der Stadt Deventer, Deventer, 17143)

Spraakkunst: » Rudimenta linguae Latinae (gedrukt ca. 1604)

Schoolinrichting:

» “Deductie” (geschreven in 1611)

IV. Literatuur

» BHAPB 1988;H.van de Venne,‘Waltherus Gerharti [Sylvanus] (Wolter Gerritszoon Wolthers)’in id, Sol et sal vitae amicitia.Het album amicorum van Theodorus Schrevelius 1597-1602.Met een overzicht van zijn leven en werken,Amersfoort 2008

[H. van de Venne]

Citeerinstructie:

H.van de Venne,‘Gualtherus Gerardi Sylvanus’in:Jan Bloemendal en Chris Heesakkers,eds.,Bio­bibliografie van Nederlandse Humanisten. Digitale uitgave DWC/Huygens Instituut KNAW (Den Haag 2009). www.dwc.huygensinstituut.nl