Scaliger, Josephus (1540-1609)

I. Biografie

Scaliger (della Scala; Delescalle), Josephus Justus (Agen, 5 augustus 1540 – Leiden, 21 januari 1609)

Joseph Scaliger was de zoon van Julius Caesar Scaliger, de dichter, taalkundige, Aristotelicus en zelfbenoemde edelman die Erasmus aanviel en een invloedrijke Poetica schreef. De jonge Scaliger ging drie jaar lang naar school in Bordeaux, maar leerde naderhand Latijn van zijn vader. Na diens dood in 1558 toog hij naar Parijs om Grieks en Hebreeuws te studeren. In 1562 ging hij over naar het Calvinisme en trad hij, verrassend genoeg, in dienst van de katholieke edelman Louis Chasteigner de la Rocheposay, seigneur d’Abain. Gedurende de Franse godsdienstoorlogen bleef hij in dienst van de familie Chasteigner en verbleef hij op verscheidene familiekastelen in zuid-west Frankrijk. In de jaren 1560 vertaalde Scaliger enkele verzen van Petrarca in het Grieks, waarschijnlijk om de gunst van Ronsard te winnen. Hij maakte naam met edities van en commentaren op Latijnse auteurs, zowel technische proza-auteurs als lyrische dichters, alsmede met twee vertalingen van Griekse werken (Varro, 1565; Lycophron, 1566; Appendix Vergiliana, 1572; Sophocles, 1573; Ausonius, 1574-75; Festus, 1574-75; Catullus, Tibullus, Propertius, 1577; Manilius, 1579). Met zijn vriend Franciscus Vertunianus (Vertunien),een arts van Chasteigner,verzorgde hij een uitgave van een werk van Hippocrates (1578), die leidde tot een controverse met hoogleraren van de Universiteit van Parijs. Scaliger vestigde definitief zijn naam als een van meest geleerde wetenschappers van zijn tijd door zijn boek over historische tijdrekenkunde, De emendatione temporum, 1583 (2e ed. 1598). Mede vanwege dit werk werd hij uitgenodigd naar Leiden te komen om Justus Lipsius op te volgen als vaandrig van Hollandse universiteit.Scaliger arriveerde in Leiden in augustus 1593 en hij bleef er tot zijn dood.Hij richtte zich op technische werken (Cyclometrica, 1594; Inscriptiones Latinae, 1602-1603; Thesaurus Temporum, 1606). Zijn controverse met de Jezuïeten noopte hem zijn aanspraken op adeldom te verdedigen (vooral in zijn Confutatio Fabulae Burdoniae, 1608). Zijn korte werken, inclusief enkele gedichten en vertalingen van gedichten, werden posthuum gepubliceerd door zijn vriend Isaac Casaubon (Opuscula, 1610; 2e ed. 1612). Petrus Scriverius verzamelde Scaliger’s gedichten in de Poemata, 1615 (herdr. 1864).Veel van zijn Latijnse brieven werden posthuum uitgegeven door zijn leerling Daniel Heinsius (Epistolae, 1627; herdr. 1628).

II.Werken

Scaliger’s vader trainde zijn zoon door hem elke dag gedichten te laten maken. Deze oefeningen brachten Scaliger een ongekende metrische soepelheid bij. Ook ontwikkelde hij een prozastijl die veel ongekunstelder was dan die van zijn vader. Hij vervaardigde (archaïsche) Latijnse vertalingen van Griekse poëzie (bijv. de Orfische hymnen) en zoals vele tijdgenoten vertaalde hij graag en veel uit de Griekse Anthologie, een bloemlezing die hem zijn leven lang zou bezighouden. Hij vertaalde Publilius Syrus en Martialis in het Grieks, naar eigen zeggen tijdens periodes van slapeloosheid. Hij vertaalde bovendien gedichten van Petrarca van het Italiaans naar het Grieks, en Catherine des Roches’ La Puce van het Frans naar het Latijn en het Grieks.Scaliger gaf vaak gehoor aan verzoeken om rouwdichten en adoptiva (dikwijls in het Grieks, met Latijnse vertalingen van eigen hand). Zijn verzamelde gedichten tellen vele verzen ter gelegenheid van geboortes, bruiloften en begrafenissen. Maar Scaliger schiep ook genoegen in het schrijven van geestige epigrammen of venijnige gedichten, gericht tegen zijn vijanden. Scaliger was een spitsvondig man en een ware poeta doctus. Zijn beheersing van onbekend vocabulair was fenomenaal. Niet zonder reden wordt zijn Latijnse vertaling van Lycophron’s Cassandra gevolgd door een ‘Uitleg van tamelijk obscure woorden,gebruikt in de vertaling’.Typerend zijn passages als ‘Brenni smaragde, transpadane berylle / Gallorum iaspis, margarite Benaci’ in zijn melancholieke ode aan Verona. Scaliger gebruikte verscheidene metra en hij hield van aliteratie:‘Pone Hamedryadum cohors / cingit obsequio Deam / et sororia dexteras / triga triplice conserens / trina Gratia nexu.’Aan Paulus Melissus Schede (aan wie hij twee lange gedichten schreef) richtte hij een geboortegedicht in glyconisch metrum, met op elk vijfde vers een pherecrateus. Het gedicht bevat een tedere beschrijving, met veel verkleinwoordjes, van het kind aan de moederborst, babbelend in zijn eigen taaltje. Scaliger, die edities verzorgde van de Romeinse elegische dichters Catullus,Tibullus en Propertius,had een speciale voorkeur voor Catullus:hij vertaalde diens ‘Phasellus ille’in het Grieks, maakte er twee Latijnse parodieën op en schreef parodieën op enkele andere Catulliaanse odes. Het wekt geen verbazing dat echo’s van obsceen en beledigend taalgebruik in Catullus dikwijls naklinkt in Scaliger’s brieven. Niettemin produceerde Scaliger maar weinig originele lyrische poëzie (zijn ode aan Verona is een zeldzaam voorbeeld) en geen epische poëzie (hoewel zijn funeraire gedichten soms wel erg lang zijn). In het laatste decennium van leven begon het schrijven van gelegenheidspoëzie hem tegen te staan. Buiten deze vorm van literair werk, legde Scaliger geen interesse aan de dag voor origineel literair werk. Dit is des te duidelijker als men een blik werpt op zijn werken in proza, welke ofwel wetenschappelijk ofwel polemisch waren, maar nooit filosofisch, politiek of theologisch. Scaliger schreef geen redevoeringen, dialogen of narratieve geschiedenis. Zijn invloed komt voort uit zijn filologische methodes: zijn verfijnde editietechnieken, zijn voorbeeldige vermogen om zaken historisch, chronologisch en cultureel te contextualiseren, en zijn nadruk op het belang van de bestudering van oosterse talen en culturen.

III.Werken

» Zie de systematische bibliografie in J. Bernays, Joseph Justus Scaliger, 1855, pp. 269-316. » Zie ook R. Smitskamp, The Scaliger Collection.A collection of over 200 antiquarian books by and about Josephus Justus Scaliger, with full descriptions With a checklist of all known Scaliger publications With a checklist of the Scaliger annotati With a full index to Bernays Scaliger biography (1855). Preface by Alastair Hamilton, 1993. » P. Botley and D. van Miert, eds The Complete Correspondence of Joseph Scaliger, [2009]. » Op Google Books zijn te vinden: » Scaligerana Secunda, 1667. » Prima Scaligerana; Secunda Scaligera, 1740. » Scaliger, Poemata, 1864.

IV. Literatuur

» J. Bernays, Joseph Justus Scaliger, 1855. » P. Botley and D. van Miert: http://warburg.sas.ac.uk/scaliger/indexjjscaliger.htm

» A.T. Grafton, Joseph Scaliger, 1983-1993. » A.T. Grafton and H.J. de Jonge, Joseph Scaliger. A Bibliography 1850-1993, 2e ed. 1993 (appendix bij Smitskamp, The Scaliger Collection; zie onder Primaire werken). Deze bibliografie van secundaire literatuur is on-line raadpleegbaar: » https://openaccess.leidenuniv.nl/bitstream/1887/1038/1/279_078.pdf » P.G. Hoftijzer, ed. Adelaar in de Wolken, 2005. » D. van Miert,The Limits of Transconfessional Contact in the Republic of Letters around 1600: Scaliger, Casaubon and their Catholic correspondents, in: Jeanine De Landtsheer and Henk Nellen, eds Between Scylla and Charybdis. Learned Letter Writers Navigating Along the Cliffs of Politics and Religion (1500-1700), 2008. [ter perse]. » –,Josephus Justus Scaliger, in: Hilmar Pabel, Karla Pollman,Arnoud Visser et al., The Oxford Guide to the Historical Reception of Augustine, 2011. [ter perse]. » — Scaliger Scatologus.The Rhetorical Roots of Abusive and Obscene Language in the Correspondence of Joseph Scaliger, Studies in Early Modern France, vol. XIV, summer, 2009. » [ter perse]. » — Philological Observations in the Correspondence of Joseph Scaliger, in:Van Miert, ed. Observations in Early Modern Letters, 1500-1650, [2008: forthcoming] » –The French Connection: Scaliger and Casaubon Salmasius Isaac Vossius, in:Van Miert and E. Jorink, eds The Worlds of Isaac Vossius (1618-1689), [2009: forthcoming] » –Scaliger,Vulcanius and the Discovery of Early Byzantine History, in: H. Cazes, ed. Bonaventura Vulcanius (1538-1614): a Humanist beyond Borders, [2009: forthcoming]. » I.A.R. De Smet, How to Make Enemies, or Gaspar Scioppius and the Might of the Pen, in: Herbert Jaumann, ed. Kaspar Schoppe (1576-1649). Philologe im Dienste der Gegenreformation, 1998, pp. 201-230.

[Dirk van Miert]

Citeerinstructie:

Dirk van Miert,‘Josephus Scaliger’ in: Jan Bloemendal en Chris Heesakkers, eds., Bio-bibliografie van Nederlandse Humanisten. Digitale uitgave DWC/Huygens Instituut KNAW (Den Haag 2009). www. dwc.huygensinstituut.nl