[Recensie] King of the Mountain. Over het ePistolarium

Door Arjen Dijkstra

Naast historicus van de wetenschap, ben ik liefhebber van wielrennen. Dat is in ieder geval belangrijk voor mijn self fashioning. Dat proces kost tijd, geld en energie. Ik heb een dure racefiets, waar ik enkele honderden kilometers per week op rondrijd. Ik lees twee kekke buitenlandse wielertijdschriften en volg via Twitter en e-mail verschillende blogs en websites over deze uit de hand gelopen hobby.

In de afgelopen jaren is de wielersport sterk veranderd. Daarmee doel ik niet op de teloorgang die plaatsvond dankzij de dopingcultuur, maar op de digitalisering. Op mijn fiets zit een computer die precies bijhoudt waar ik op welk moment hoe hard fiets. Daarnaast meet het computertje mijn hartslag en maakt het een inschatting van het vermogen dat ik lever.

Het eerste wat ik doe wanneer ik thuis kom van een fietstocht is deze gegevens op internet zetten. Online kan ik ze vergelijken met mijn eigen eerdere prestaties, maar vooral met die van anderen. Daarmee is iedere straat is een racebaan, met een virtueel klassement. Wie is er het snelste door gefietst? Elke rit wordt gewogen tegen de prestaties van anderen. Ik kan kaartjes laten maken en grafieken laten berekenen. Er zijn websites die uitrekenen wie mijn grootste ‘virtuele tegenstander is’, er zijn er die mij vertellen wat mijn positie is onder wielrenners uit mijn omgeving.

Niet alleen het wielrennen is veranderd onder invloed van deze technieken, ook mijn werk als historicus van de wetenschap ontwikkelt zich als gevolg hiervan. Het Huygens ING in Den Haag heeft in het ePistolarium brievencorpora van verschillende belangrijke geleerden uit de zeventiende eeuw in een grote database ondergebracht. Daarmee kan ik veel van dezelfde dingen doen als met de resultaten van mijn fietserij. Ik kan kijken wie met wie schreef en hoe vaak. De spelling is geüniformeerd, dat geeft mij de kans om te zoeken op bepaalde termen. Er is de mogelijkheid om kaartjes te laten maken en grafieken te laten berekenen. De bediening is eenvoudig, de resultaten zijn flitsend.

Het nut van een dergelijke zoekmachine is natuurlijk overweldigend. Nog maar tien jaar geleden moest je de meeste brievenuitgaven nog in de bibliotheek raadplegen, met indexen in afzonderlijke delen en alleen op bepaalde namen en zoek begrippen. De afgelopen jaren boden Google Books, de Gallica-website van de Bibliothèque nationale de France, Archive.org, the Hartlib Papers of de talloze andere initiatieven al veel mogelijkheden. Maar het is duidelijk dat het Huygens hiermee een nieuwe stap heeft gezet. Tref je in het archief een onbekende brief aan? Je weet binnen enkele seconden waar je aan toe bent, kan je het plaatsen en met wat goed gekozen termen hem vergelijken met andere brieven.

Tegelijk kan je op zoek gaan naar ontwikkelingen in de correspondentie van geleerden. Hoe werd er geschreven over de in 1608 uitgevonden telescoop? De zoekterm ‘telesco*’ (met een joker) levert 203 resultaten op, de oudste uit 1629. Een grafiekje laat zien wanneer het een geliefd onderwerp was, een kaartje maakt duidelijk dat er uit heel Europa belangstelling bestond.

De website is buitengewoon helder en mooi vormgegeven en laat zich eenvoudig bedienen. Er kan een selectie gemaakt worden uit correspondenten, plaatsen, tijd en corpora. Daarnaast kunnen zoekopdrachten worden opgeslagen, om later terug te vinden. Er zit een goede uitleg bij, met een duidelijke video.  De visualisaties zijn gemakkelijk te vinden, maar ze zijn nog niet heel makkelijk in andere presentaties te gebruiken. Een ervaren internetgebruiker weet daar wel om heen te werken, maar hier zou het gebruiksgemak nog verhoogd kunnen worden.

Dat de mogelijkheden enorm zijn laat zich raden. Dit is big data voor de zeventiende eeuw. Tegelijk is er een enorm probleem. Er ligt een heel sterke nadruk op het midden van de zeventiende eeuw. En de opgenomen corpora van uitgegeven brieven zeggen vooral veel over welke geleerden belangrijk zijn gevonden. Vader en zoon Huygens, Descartes en Hugo de Groot zijn in de literatuur en het onderzoek al oververtegenwoordigd. In dit instrument schuilt het gevaar dat dit alleen maar meer zal gaan gebeuren.

Hetzelfde gaat op voor de ‘big data’ van mijn fietstochten. Mijn grootste concurrent is mijn vaste fietsmaatje, zo leert het internet mij. De ‘klim’ die ik het vaakst heb ‘aangevallen’ is het viaduct over de snelweg naast mijn dorp. Ik heb daar de snelste tijd staan en mag voor die klim de eretitel ‘King of the Mountain’ voeren. Dat betekent natuurlijk niet dat ik een echte bergkoning ben, het zegt vooral iets over de voorkeuren die in mijn systeem zitten. Voor de amateurfietser zijn die voorkeuren ontzettend leuk, voor de professionele historicus lijken daar de uitdagingen te liggen.

Arjen Dijkstra is wetenschapshistoricus. Hij is als onderzoeker verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.