[Projectverslag] Vroegmoderne collegedictaten in Leuven en in Leiden

Door An Smets (Universiteitsbibliotheek Leuven)

Met de tentoonstelling Ex Cathedra. Het leren zoals het was wierp de KU Leuven van april tot augustus 2012 de schijnwerpers op een belangrijk onderdeel van haar erfgoedcollectie. Een tentoonstelling van de 175 collegedictaten (of handgeschreven studentencursussen) uit de zestiende tot de achttiende eeuw afkomstig van de Leuvense Artesfaculteit werd aangevuld met een webexpo.  In een wetenschappelijke publicatie werd bovendien voor het eerst een overzicht gegeven van verschillende aspecten verbonden aan deze documenten, zowel de organisatie van het universitair onderwijs als codicologische, inhoudelijke en (vooral) iconografische elementen.

Vele van deze collegedictaten onderscheiden zich inderdaad door hun iconografie. Specifieke frontispices, vaak met verwijzingen naar de pedagogie waar de studenten woonden en studeerden en/of naar de stad Leuven, zijn vooraan aangebracht en zorgen zo voor een snelle identificatie van deze documenten. Daarnaast voegden de studenten vaak gravures, waaronder heel wat emblemata, toe. Sommige van deze gravures vertonen weinig of geen verband met de inhoud, maar de studies tonen duidelijk aan dat zeker tegen het einde van de achttiende eeuw het toevoegen van wetenschappelijke gravures gebeurde in overleg met de professoren. Op dat moment vormden de gravures dus een wezenlijk onderdeel van de leerstof. Een laatste iconografisch categorie zijn de studententekeningen. Onder deze noemer vinden we zowel landschappen terug, als portretten, drankgelagen of tekeningen van narren en dwergen.

Latijn en Nederlands

Dergelijke tekeningen of gravures komen veel minder voor in contemporaine collegedictaten van andere universiteiten; een vergelijkend onderzoek met 171 collegedictaten van Leidse Artesfaculteit toont dit duidelijk aan. Dit onderzoek werd uitgevoerd tussen oktober en december 2012, dankzij een Elsevier Fellowship van het Scaliger Instituut (UB Leiden). De vergelijking tussen Artesdictaten van de twee oudste universiteiten van de Lage Landen leverde meer verschilpunten dan gelijkenissen op.

Naast het bijna volledig ontbreken van afbeeldingen in de Leidse dictaten, is er ook een taalkundig verschil: daar waar de Leuvense collegedictaten voor deze periode enkel in het Latijn zijn, telt de Leidse collectie reeds negen teksten die volledig in het Nederlands geschreven zijn, en een handschrift waarin het Nederlands en het Grieks evenwaardig zijn. Ook de titels van de teksten zijn verschillend: in Leuven gebruikten de studenten tot diep in de 17de eeuw bijna uitsluitend de titels Physica, Metaphysica en Logica, terwijl er Leiden sprake was van een grote verscheidenheid aan titels en dus ook aan onderwerpen: Dictata in Patriæ nostræ Historiam, Dictata ad Selectas quasdam M. Tullius Ciceronis ad Familiares ut vocant Epistolas, Dictata Clarissimi Professoris Luzac ad Antiquitates Graecas, Dictata ad Terentii Comoedias, …

Identificatie

Een laatste verschilpunt, maar zeker niet onbelangrijk bij de identificatie van de teksten, is het ontbreken van de naam van de student en van de datum in de Leidse documenten, iets wat in de Leuvense traktaten minder voorkomt. De Leidse collegedictaten worden meestal geïdentificeerd aan de hand van de namen van de hoogleraren, die over het algemeen wel genoteerd zijn: slechts negen collegedictaten (op een totaal van 171) vermelden geen docent. De 162 andere handschriften worden toegeschreven aan een eerder beperkte groep van twintig professoren. De groep van gekende studenten is iets groter, namelijk 27 namen, maar zij vertegenwoordigen slechts 58 teksten op een totaal van 171.

Een periode van van drie maanden is te kort om beide groepen collegedictaten in detail met elkaar te vergelijken. Hopelijk kunnen beide projecten, met bijhorende publicaties, een aanzet geven tot verder onderzoek.