Pepijn Lewis wint Huygens- Descartes Scriptieprijs 2015

De Huygens- Descartes Scriptieprijs 2015, uitgereikt door het genootschap Gewina, is toegekend aan Pepijn Lewis (UvA) voor zijn scriptie Geenzins verwaarloosbaar: Een eeuw van Nederlands risicobeleid rond overstromingen. De jury prees het interdisciplinaire karakter van de scriptie, waarin Lewis met een vlotte pen de onderliggende aannames binnen de totstandkoming van het Nederlandse overstromingsbeleid problematiseerde.

Zijn scriptie is een mooie balans tussen praktische filosofische theorie, bestuurlijke geschiedenis en de geschiedenis en betekenis van statistische risicoanalyses. De theorieën van Bruno Latour en Ulrich Beck zijn voor Lewis geen obligaat theoretisch kader. Hij draagt bij tot een beter begrip van de totstandkoming van onze huidige risicosamenleving. Net nu de Klimaatconferentie in Parijs naar een moeizaam eind gaat is dit een scriptie met een hoge mate van maatschappelijke relevantie. (Juryrapport)

De prijs bestaat uit 750 euro. De winnaar wordt ook uitgenodigd om de scriptie te bewerken tot een artikel in het tijdschrift Studium. Ook de andere twee genomineerden, Laura Truzzu (KU Leuven) en Sebastiaan Broere (UU), werden uitgenodigd hun scriptie te verwerken tot artikel in Studium. De jury was onder de indruk van het niveau van de dertien ingezonden scripties.

De Descartes-Huygens Scriptieprijs wordt tweejaarlijks uitgereikt voor de beste masterscripties over wetenschaps- en universiteitsgeschiedenis in de ruimste zin, die in de voorgaande twee jaar zijn beoordeeld aan een Nederlandse of Belgische universiteit. De jury bestond uit Christophe Verbruggen (Universiteit Gent, voorzitter), Geert Somsen (Universiteit Maastricht en Columbia University) en Dirk van Miert (Universiteit Utrecht).

De prijs is wordt uitgereikt door Gewina, het Belgisch-Nederlandse genootschap voor wetenschaps-en universiteitsgeschiedenis. De prijs is mogelijk gemaakt door het Descartes Centre voor Wetenschapsgeschiedenis en Wetenschapsfilosofie van de Universiteit Utrecht en het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis.