Marius, Hadrianus (1509-1568)

I. Biografie

Marius is geboren op 8 september 1509 te Mechelen als zoon van de jurist Klaas Everaerts. Hij beschouwde zich als tweelingbroer van Janus Secundus, en had in 1551, net als zijn broer Grudius, de ambitie zijn gedichten uit te geven. Hij leerde samen met Secundus en Viglius van Aytta Latijn in Den Haag en bestudeerde het recht onderleiding van zijn vader thuis in Mechelen. In 1532-1522 studeerden Marius en Secundus bij Alciato in Bourges. In 1534 werd Marius advocaat bij de Grote Raad van Mechelen. Hij trouwde ca 1538 met Elisabeth Block van Oudenade.

In 1540 werd hij raadsheer in het Hof van Utrecht,het jaar daarop werd hij benoemd tot Raadsheer in de Grote Raad van Mechelen. Hij werd na de verovering van Gelre in 1544 ‘raad ordinaris’ van Gelre en Zutphen en in 1546 kanselier. In 1547 werd Marius, net als zijn broer Everaert, ridder, door uitbreiding van de persoonlijke titel van Grudius. In 1567 werd hij door Alva benoemd in de Raad van Beroerten. Hij stierf in 1568.

II. Geschriften

Van Marius werden eigenlijk geen gedichten tijdens zijn leven uitgegeven, als we afzien van de versvertalingen van Lucianus en de twee gedichten in de Gattinara bundel (zie Secundus en Grudius) en van zijn Cymba Amoris dat onder de naam van Secundus clandestien en verminkt verschenen was bij Borculous in 1540.Zijn gedichten staan in de uitgave van Vulcanius in de vorm die hij zelf voor publicatie had bestemd.

De autograaf die als kopij heeft gediend voor deze uitgave wordt in de Leidse Universiteitsbibliotheek bewaar, samen met andere papieren, waaronder kladjes, en rouwdichten van vrienden als Craneveld en Schetz, op de dood van Janus Secundus.

Al deze papieren waren, samen met de gedichten van Grudius, in het bezit geweest van Aernout, de zoon van Everaert (1497-1561), een oudere broer. Aernout had de kant van Oranje gekozen en was de eerste president van de Hoge Raad in Den Haag geworden.Van hem kreeg de Leidse hoogleraar Vulcanius ze mee, en zo zijn ze in de UB Leiden gekomen. Er heeft in deze erfenis een bewuste selectie plaatsgevonden ten gunste van de poëtische nalatenschap.Van Marius zijn verder geen brieven over.

Marius was degelijker dan Grudius en Secundus. Dat blijkt niet alleen uit zijn carrière, maar ook uit zijn poëzie, die wel eens pedant is en uitmunt in burgerlijke tafereeltjes als ijspret of een mislukt afspraakje. Merkwaardig is daartegenover zijn voorkeur voor homerische vergelijkingen. Hij overtreft zichzelf in zijn rouwklacht op de dood van zijn broer Janus Secundus, waar zijn goede eigenschappen: zijn zin voor detail en de vlucht van zijn vergelijkingen, maximaal naar voren komen in echte pathetiek.

III.Werken

» Mss Leiden UB BPL » Cymba Amoris, Utrecht, Borculous, 1540.

IV. Literatuur

» J.P. Guépin, De drie dichtende broers Grudius, Marius, Secundus in brieven, reisverslagen en gedichten. Groningen 2000. » A.M.M.Dekker,Janus Secundus (1511-1536).De tekstoverlevering van het tijdens zijn leven gepubliceerde werk. Nieuwkoop 1986, p. 101-102 (over de Lucianusvertalingen) en p. 150 (over de Gattinara­bundel).

[J.P. Guépin]

Citeerinstructie:

J.P. Guépin, ‘Hadrianus Marius’ in: Jan Bloemendal en Chris Heesakkers, eds., Bio-bibliografie van Nederlandse Humanisten. Digitale uitgave DWC/Huygens Instituut KNAW (Den Haag 2009). www. dwc.huygensinstituut.nl