Macropedius, Georgius (1487-1558)

I. Biografie

Georgius Macropedius ofwel Joris van Lanckvelt (Gemert 23.04.1487 – ’s-Hertogenbosch eind juli 1558) was een zoon van Hadewich van Lanckvelt en Willem Janszoon. Hadewich was de dochter van Andries, bastaardzoon van de landedelman Goyart Peterszoon van Lanckvelt. De familie ontleende haar naam aan het goed ‘Langvelt’ te Erp. De vorm ‘Langeveld’ is een terugvertaling van ‘Macropedius’ naar het Nederlands.

Joris bezocht de Latijnse School in ’s-Hertogenbosch en is aldaar in 1502 ingetreden in het Sint-Gregoriushuis van de Broeders des Gemenen Levens.Aanvankelijk verrichtte hij het gewone werk van de fraters:boeken overschrijven,versieren en inbinden.Daarnaast studeerde hij Latijn,Grieks,Hebreeuws en de vrije kunsten. De broeders beheerden in de stad een paar kosthuizen voor leerlingen van de Latijnse School. Na enkele jaren kreeg frater Joris de taak toezicht te houden op de leerlingen van zo’n kosthuis,hen te begeleiden bij hun huiswerk en bijlessen te geven.In deze tijd zet hij zijn eerste schreden op het literaire pad: hij schrijft een vroege versie van het drama van de Verloren Zoon, Asotus geheten.

Rond zijn vijfentwintigste jaar is hij priester gewijd. In diezelfde periode werd hij benoemd tot docent aan de Latijnse school van Den Bosch. Deze aanstelling is een vrucht van zijn zelfstudie en van zijn jarenlange pedagogische ervaring in het kosthuis.Zijn Bossche schoolloopbaan heeft hij onderbroken voor enkele jaren rectoraat van het Sint-Hieronymuscollege te Luik: waarschijnlijk van 1524 tot 1527. Op 27.07.1523 woonde hij nog in het Sint-Gregoriushuis; zijn terugkeer naar Den Bosch in 1527 is af te leiden uit de Vita van Gerardus Mercator. In 1530 is hij naar de Hieronymusschool in Utrecht gegaan, waar hij rector werd.Tevens was hij daar rector van het Arme-klerkenhuis. Rectoraat en verblijf in Utrecht duurden tot minstens voorjaar 1557, getuige de vermelding ‘Georgius rector scolarium van Gemert’in een oorkonde gedateerd Utrecht 20 januari 1557,van een overeenkomst tussen het Utrechtse fraterhuis en Cornelis van Myerop betreffende een renteloze lening. Misschien is Macropedius zelfs pas in het voorjaar van 1558 teruggekeerd naar ’s-Hertogenbosch. Daar is hij eind juli 1558 op 71-jarige leeftijd aan de pest overleden en in de fraterskerk begraven.

Macropedius was een zeer bescheiden man.In zijn werk kwam voor hem altijd het nut voor de leerling op de eerste plaats;hij zette zich bijzonder in voor de arme leerlingen.Als docent verwierf hij zich een zeer goede reputatie,die ook afstraalde op de Hieronymusschool.Vrienden en oud-leerlingen hebben na zijn dood een praalgraf met een portret bekostigd en een herdenkingsbundel met verzen gepubliceerd, die naar het grootste gedicht getiteld is Apotheosis D. Georgii Macropedii (Silvius, Antwerpen 1565). Hierin wordt de overledene gekenschetst als een gelovig, deugdzaam, geleerd pedagoog. Hij heeft als leraar of rector van de scholen in Den Bosch, Luik en Utrecht veel leerlingen gehad die later op hoge posten terechtkwamen. Enkele van hen zijn de graecus Arnoldus Arlenius; de gebroeders Lambertus en Joannes Vander Burch, respectievelijk deken van het kapittel van Sinte-Marie te Utrecht en voorzitter van de Grote Raad te Mechelen; de filoloog Willem Canter; Godfried van den Berghe, kapittel-deken van Eindhoven; de pauselijke gezant Theophilus de Herkema; Johannes Heurnius, hoogleraar in de geneeskunde te Leiden;de Antwerpse drukker Johannes Hillen;Johannes Lentius,raadsman van Karel V; de latere bisschop van Den Bosch Gisbertus Masius; de geograaf Gerardus Mercator; de jurist Elbertus Leoninus, een persoonlijke vriend van Willem van Oranje; Georgius Rataller, vertaler van Hesiodus en Sophocles; de theoloog Adam Sasbout; bisschop Franciscus Sonnius; de in Italië beroemde drukker Laurentius Torrentinus;de Leuvense hoogleraar Cornelius Valerius;Christophorus Vladeraccus,docent en later rector in Den Bosch; de geneeskundige Johannes Wier, de grote bestrijder van het heksengeloof.

II. Geschriften

Macropedius heeft tien schoolboeken, twaalf toneelstukken en minstens twaalf schoolzangen geschreven (carmina scholastica, waarvan er acht compleet overgeleverd zijn), alles in elegant Latijn. Afgezien van enkele gelegenheidsgedichten vormt dat zijn oeuvre.De muziek van de schoolzangen en van de liederen in zijn toneelwerk componeerde hij zelf.

Van zijn schoolboeken zijn in totaal nog 81 drukken bekend; bijna de helft daarvan betreft zijn Epistolica, een handboek der retorika in de vorm van een leerboek voor het schrijven van brieven. Dit werk kende ook in Duitstalige gebieden en in Engeland een groot succes. In Frankrijk boekte Macropedius eveneens succes: acht keer is in Parijs zijn elementaire Griekse vormleer, Graecarum Institutionum Rudimenta, herdrukt. Dit boekje bestaat uit 25 schema’s, telkens gevolgd door uitleg en opmerkingen. Men leerde de Byzantijnse uitspraak. De elementaire Latijnse spraakkunst, Fundamentum Scholasticorum, is in vraag- en antwoordvorm; de behandeling verloopt via de acht woordsoorten. Dit boekje bleef tot 1598 in Utrecht in gebruik.Voor de gevorderden giet Macropedius de regels van de taal in versvorm, in hexameters: dat is het geval in zijn Institutiones Grammaticae en Syntaxeos Praecepta, een Latijnse vormleer en een Latijnse spraakkunst met daarin verwerkt een Griekse. De uitleg bij de regels is in proza. Ook in Prosoedia, een versleer, primair op het Latijn gericht, zijn de regels in versvorm; aan het slot staan de twaalf geboden van Murmellius’ Protrepticus geciteerd.

Macropedius’ leerboek logica, Simplex Disserendi Ratio, bespreekt onderwerpen als de categorieën, de boom van Porphyrius, definities, het vierkant van tegenstellingen, de negentien geldige modi van het syllogisme en logische gemeenplaatsen. Zijn Kalendarius bestaat uit vier delen: twee kalenders met de voornaamste kerkelijke feestdagen,in versvorm en met uitleg;een tractaat over de kerkelijke tijdrekening en een inleiding in de rekenkunde, met rekenregels in versvorm. Om zijn leerlingen met meer vrucht aan kerkelijke diensten te laten deelnemen heeft hij twee boekjes verzorgd met de teksten van de gezangen en van de lezingen van het kerkelijk jaar, met een korte uitleg en vertaling in het Nederlands van de voorkomende moeilijke woorden.

Grieks, brieven schrijven en toneelspelen waren de onderdelen van het schoolcurriculum die zijn speciale aandacht genoten en waarop hij zijn stempel heeft gedrukt. Hij was een groot bewonderaar van Erasmus, naar wie hij in zijn schoolboeken herhaaldelijk verwijst.

Zijn roem dankt Macropedius aan zijn toneelwerk. Reuchlin had hem op het idee gebracht van toneelspel als didactische werkvorm. Inspiratie vond hij in het schoolleven, in middeleeuwse kluchten, mysteriespelen en moraliteiten (Elckerlijc), in Latijnse en Griekse drama’s en in de bijbel. De vorm was die van de Latijnse komedie,waaraan koorliederen toegevoegd werden.Het grote belang van deelnemen aan toneel ligt voor de leerling hierin, aldus Macropedius, dat dit zijn spreekvaardigheid vergroot, hem went aan optreden in het openbaar en hem inzicht bijbrengt in deugdzaamheid en vroomheid. Daarnaast oefent hij zijn geheugen,leert goede manieren en heeft plezier.Voor de school is een geslaagde uitvoering natuurlijk een goede reclame. Macropedius’ spotten met geestelijken in zijn kluchten, het feit dat hij leerlingen toneel liet spelen en de geur van onorthodoxe opvattingen (sola fide) in Hecastus bezorgden hem zoveel kritiek, dat hij zich in latere jaren tot veilige onderwerpen beperkte. Zijn laatste vier toneelwerken zijn niet meer afzonderlijk herdrukt. Het succes van zijn eerdere komedies is af te lezen aan de vele drukken, vertalingen, bewerkingen en opvoeringen. Macropedius geldt als een van de belangrijkste Neolatijnse toneelschrijvers.

De uitgave van Macropedius’ verzamelde toneelstukken Omnes Fabulae Comicae, toch een kroon op zijn werk, draagt de sporen van technische problemen. Gezien de datum van het drukprivilege voor Hypomone, mei 1554, kan band een pas in 1554 verschenen zijn; de titelpagina van de band zegt 1552. De inhoudsopgave in band een vertoont een zetfout (Hypomene) en heeft Hecastus op de verkeerde plaats; de titelpagina van band twee bevat een taalfout. De nummering van bedrijven en scènes in band een is niet foutloos en bovendien slordig en inconsequent: zo worden romeinse en arabische cijfers en Latijnse rangtelwoorden door elkaar gebruikt.Van vier komedies is de tekst voor een tweede keer gezet: Lazarus Mendicus, Josephus, Petriscus, Bassarus (twee uit elke band). Een exemplaar van Omnes Fabulae in de universiteitsbibliotheek te Göttingen bevat van deze vier stukken een druk van het andere zetsel: dezelfde signaturen, bijna steeds dezelfde custodes, maar wel andere zetfouten.

III.Werken

Toneelwerken: Schoolzangen of Cantilenae:

» Aluta. s-Hertogenbosch 1535, ±1537, 1539 (Aluta in herziene editie), 1539; Keulen 1540, 1540, ±1542; s-Hertogenbosch 1543; Regensburg 1546; Keulen 1552, 1552, 1556, 1558; Neurenberg 1594. J. Bolte, Georgius Macropedius: Rebelles und Aluta. Berlin 1897. » J. Bloemendal & J.W. Steenbeek, Georgius Macropedius,Aluta (1535).Voorthuizen 1995. » Rebelles. Zie ad Aluta:deze stukken werden steeds gecombineerd.J.Bolte,Georgius Macropedius,Rebelles und Aluta. Berlin 1897.A. Goll,G. Macropedii Rebelles. Nach einer Handschrift der Stiftsbibliothek in Hohenfurt, Programm des k.k. deutschen Staatsgymnasiums in Budweis 40 (1910-1911) en 41 (1911­1912).Y. Lindeman, Macropedius,Two Comedies: Rebelles (The Rebels), Bassarus. Nieuwkoop 1983. » Petriscus. s-Hertogenbosch 1536; Keulen 1540; s-Hertogenbosch 1541, 1541. I. Hartelust, De dictione Georgii Macropedii. Accedunt Macropedii Petriscus, Ode de Mortis Imagine, Epistolae Exemplum. Utrecht 1902. » Asotus. s-Hertogenbosch 1537; Keulen 1540; Antwerpen 1540; s-Hertogenbosch 1541. H.P.M. Puttiger,Georgius MacropediusAsotus.Een Neolatijns Drama over de Verloren Zoon door Joris van Lanckvelt. Nieuwkoop 1988. » Andrisca. Antwerpen 1538; s-Hertogenbosch 1538; Keulen 1539, 1540; in Comoediae ac Tragoediae aliquot ex Novo et Vetere Testamento Desumptae, …Adiunximus praeterea duas lepidissimas Comoedias, mores corruptissimi seculi elegantissime depingentes, Ed. N. Brylinger (De twee komedies uit de ondertitel zijn Macropedius Andrisca en Bassarus.) Bazel 1540, 1541, 1542; s-Hertogenbosch 1543; Antwerpen 1545. F. Leys,The Andrisca of G. Macropedius:A Critical Edition, HL 31 (1982), 76-119. » Hecastus. Antwerpen 1539; Keulen 1539, 1540; in Brylinger ed., zie ad Andrisca; Antwerpen 1541; Dortmund 1549; Utrecht 1552 (herziene editie); Frankfurt am Main 1571; Straatsburg 1586. J. Bolte, Drei Schauspiele vom sterbenden Menschen. Leipzig 1927, Hildesheim 1986; R. Dammer, B. Jeßing, Der Jedermann im 16. Jahrhundert. Die Hecastus-Dramen von Georgius Macropedius und Hans Sachs. Berlin 2007. » Bassarus. Utrecht 1540; s-Hertogenbosch 1540; in Brylinger ed., zie ad Andrisca; Antwerpen 1541. R.C. Engelberts, Georgius Macropedius, Bassarus.Tilburg 1968.Y. Lindeman, Macropedius,Two Comedies:

Rebelles (The Rebels), Bassarus. Nieuwkoop 1983. » Lazarus Mendicus. Utrecht 1541; s-Hertogenbosch 1541, 1542; 1545 (herziene editie); Keulen 1550, 1551, 1557; 1574; Neurenberg 1589. A.F.M. Bussers, Lazarus Mendicus Georgii Macropedii. Pretoria 1992. » Josephus. Antwerpen 1544. » Adamus. Utrecht 1552. » Hypomone. Geen afzonderlijke druk; alleen in het verzamelde werk (het drukprivilege dateert van mei 1554). » Deze elf stukken zijn herzien en verzameld in Omnes Georgii Macropedii Fabulae Comicae, denuo recognitae, et iusto ordine (prout editae sunt) in duas partes divisae, 2 delen, Utrecht 1552-1553 (in feite 1553-1554). » Jesus Scholasticus. Utrecht 1556. De Latijnse tekst van de twaalf toneelwerken in Giebels & Slits (zie IV), op de bijgevoegde CD-rom.

» Zie A.M.M. Dekker in HL 23 (1974), 188-227; 24 (1975), 346 en 30 (1981), 239-241; Frans Slits in: Jan Bloemendal, red., De Utrechtse Parnas. Utrechtse Neolatijnse dichters uit de zestiende en zeventiende eeuw, Amersfoort 2003, 13-43.

» De Latijnse tekst van alle schoolzangen, inclusief de fragmenten, en van de gelegenheidspoëzie in Giebels & Slits (zie IV), op de bijgevoegde CD-rom.

Schoolboeken:

» Graecarum Institutionum Rudimenta.Van de eerste editie, die uit 1530 stamt, is geen exemplaar bekend. ’s-Hertogenbosch 1535 (ingekorte editie); Parijs 1542; ’s-Hertogenbosch 1544, 1553; Parijs 1547, 1553, 1554, 1554, 1555, 1560, 1561;Antwerpen 1571.

» Fundamentum Scholasticorum seu Prima Literariae Institutionis Rudimenta.Van de eerste editie, uit 1533 of 1534, is geen exemplaar bekend. Utrecht 1538;Antwerpen 1546, 1552.

» Syntaxeos Praecepta.Van de eerste editie,uit 1533 of 1534,is geen exemplaar bekend.’s-Hertogenbosch

1538; Utrecht 1543; ’s-Hertogenbosch 1551, 1553.

» Simplex Disserendi Ratio. ’s-Hertogenbosch 1536; 1549 (ingekorte editie).

» Institutiones Grammaticae. ’s-Hertogenbosch 1538, 1550, 1553. Bij dit werk hoort een woordenlijst

Latijn-Nederlands, door Joannes Henricus Scoendervuordanus vervaardigd (Antwerpen 1548,

1552).

» Prosoedia.Van de eerste editie,uit 1541,zijn geen exemplaren bekend.Antwerpen 1543,1550;Keulen 1562.

» Kalendarius Chirometricus, Computus Ecclesiasticus … Calculandi Ratio. Utrecht 1541, 1554. De kleine kalender is ook te vinden achterin Hadrianus Junius, De Anno et mensibus commentarius, Henricus Petri, Bazel 1553.

» Epistolica.Antwerpen 1543;1546;1550,1551,1556;’s-Hertogenbosch 1556;Antwerpen 1559,1562; Leiden 1564;Antwerpen 1570. Het werk is ook herdrukt met verschillende aanhangsels, waaronder Epitome Praeceptionum de paranda Copia verborum et rerum, een werkje van Ioannes Rivius dat op de titelpagina soms aan Macropedius zelf wordt toegeschreven (oorspronkelijke editie: Gravius, Leuven 1546); meestal draagt het werk dan de titel Methodus de Conscribendis Epistolis: Dillingen

1561, 1564; Bazel 1565; Dillingen 1567; Keulen 1568, 1570, 1573; Antwerpen 1573; Dillingen 1574; Londen 1576, 1580, 1581; Keulen 1582; Londen 1592, 1595, 1599, 1600, 1604, 1609, 1614, 1621; 1637, 1649.Ten slotte komt Macropedius Epistolica ook voor in De Ratione Scribendi van Aurelius Brandolinus.Van dit werk zijn verschillende uitgaven bekend, die meestal aangevuld zijn met epistolicas van Vives, Erasmus, Celtis en Hegendorphinus, en enkele keren ook met die van Macropedius: Bazel 1565; Frankfurt am Main 1568; Londen 1573. » Hymni et Sequentiae. s-Hertogenbosch 1552.Van dit werk is geen enkel exemplaar meer bekend. » Textus Evangelicarum et Apostolicarum Lectionum, later getiteld Evangelia Et Lectiones Sacrae Epistolae dictae. s-Hertogenbosch 1555, 1599, 1605. Edities met ophelderingen van Hermannus Torrentinus en Macropedius: Antwerpen 1564, 1567, 1570, 1572, 1576; Delft 1595; Deventer 1599; Utrecht 1606.

Brieven: De Latijnse tekst van opdrachtbrieven in Bossche Bijdragen 24 (1958-1959), 143-161; correspondentie in

H. de Vocht, Cornelii Valerii ab Auwater epistolae et carmina (HL 14, 1957). Opdrachtbrieven, voorwoorden en correspondentie in Giebels & Slits (zie IV), op de bijgevoegde CD-rom.

IV. Literatuur

» BHAPB 1972, 380; 1988, 293-294.

» Gualterus Ghymnius, Vita celeberrimi clarissimique viri Gerardi Mercatoris Rupelmondani, in: Gerardus Mercator, Atlas sive Cosmographicae Meditationes de Fabrica Mundi et Fabricati Figura, Duisburg 1595.

» Henk Giebels & Frans Slits, Georgius Macropedius 1487 -1558. Leven en werken van een Brabantse

humanist,Tilburg 2005.

» Léon Halkin, ‘Les Frères de la Vie Commune de la Maison Saint-Jérôme de Liège (1495-1595)’, Bulletin de l’Institut Archéologique Liégeois 65 (1945), 5-70.

» Daniel Jacoby, Georg Macropedius. Ein Beitrag zur Litteraturgeschichte des sechzehnten Jahrhunderts. Berlin 1886.

» Frank Leys,‘L’“Hecastus”de Macropedius et le “Landjuweel”de Gand (1539)’, HL 37 (1988), 267­

268.

» Christophorus Vladeraccus, Apotheosis D. Georgii Macropedii, in: Michael Verweij, Vladeracci tres, pater et filii, poetae Latini Silvaeducenses (saec. XVI ex.), Rome 1991; tevens, compleet met de bijdragen van anderen en met een vertaling in het Nederlands, in Giebels & Slits, op de bijgevoegde CD-rom.

[F.P.T. Slits]

Citeerinstructie:

F.P.T. Slits,‘Georgius Macropedius’ in: Jan Bloemendal en Chris Heesakkers, eds., Bio-bibliografie van Nederlandse Humanisten. Digitale uitgave DWC/Huygens Instituut KNAW (Den Haag 2009). www. dwc.huygensinstituut.nl