Hoe werkt wetenschap? Over de expeditie van de Siboga (Marjan Bruinvels)

Hoe werkt wetenschap?

Voor het vak Algemene Natuurwetenschappen is het nodig dat leerlingen iets begrijpen van het bedrijven van wetenschap. In het geval van de expeditie van de Siboga, nu 100 jaar geleden, gaat het om twee soorten wetenschap: biologie en geologie.
Deze officiële regeringsexpeditie had tot doel om in de wateren van de Molukken zo veel mogelijk levensvormen uit zee te inventariseren. Tevens moest de diepte van de zeebodem worden opgemeten (met behulp vaneen pianosnaar van 10.000 meter!) en ook de temperatuur, omdat men aan de hand van de temperatuur kon zien of het een afgesloten zeebekken betrof of een zeegedeelte dat in verbinding stond met het koudere oceaanwater. Onderwijl werden allerlei geologische vondsten gedaan in de vorm van gesteenten en fossielen.
Het werk is aldoor hetzelfde: loden, korren en dreggen. Loden is het opmeten van de diepte van de zeebodem. De Siboga, een gloednieuwe kanonneerboot (zij was nog niet eens te water gelaten), met dieplodingsplatforms in plaats van kanonnen, en met een laboratorium in plaats van een ‘Javanenverblijf’, was helemaal geschikt gemaakt voor deze mega-expeditie. Korren en dreggen, met een soort manden om dieren en planten uit de diepzee omhoog te sleuren, gebeurde aan de zijkanten midscheeps van het 51 meter lange schip. Natuurlijk was dit uitermate moeilijk en delicaat werk; dikwijls braken de snoeren en kabels en waren al de (vaak nachtelijke) inspanningen voor niets geweest.
In 1898 kreeg de zoöloog Max Weber de leiding over deze expeditie, inclusief een wetenschappelijke staf van vijf mensen, waaronder zijn echtgenote, Anna Weber-van Bosse, een algen-specialist. Zij begonnen hun werk op 7 maart 1899, toen de Siboga de haven van Soerabaja uitvoer en de unieke expeditie eindigde op 26 februari 1900 in diezelfde havenplaats. In dat jaar was onvoorstelbaar hard gewerkt; hiervan werd uitgebreid verslag gedaan in de vele wetenschappelijke publicaties van het Zoölogisch Laboratorium van de Universiteit van Amsterdam. Niet makkelijk te lezen voor een 4 vwo-leerling!
Daarom is het belangrijk, dat de energieke en begaafde Anna van Weber een populair-wetenschappelijke reisbeschrijving heeft gemaakt, die zeer leesbaar is en die ontzag afdwingt voor het enorme doorzettingsvermogen van de hele bemanning. Op gezette tijden en aan het eind van de onderneming werden de gevangen diepzeevissen, koralen en andere objecten zorgvuldig ingepakt; vaak in het tot op de draad versleten ondergoed van mevrouw Weber: “Kaik, da’s nog een stuk van ‘t laiffie van Mevrouw”, zei de uitpakker in het instituut te Amsterdam.
De expeditie was behoorlijk riskant; bij het aan land gaan werden diverse officieren van een ander schip in Nieuw-Guinea door de bewoners opgegeten, terwijl een officier van de Siboga zwaargewond werd door een Papoea-pijl. De zeebodem werd opnieuw in kaart gebracht; veel vroegere fouten werden aldus hersteld. De beschrijvingen van de prachtige natuur en de interessante bevolking zijn met foto’s geïllustreerd.
Anna van Weber is de eerste (en één van de weinige) vrouwen, die aan het begin van de twintigste eeuw een eredoctoraat heeft ontvangen. Maar het is, naast haar liefde voor de wetenschap, vooral haar humor die het lezen van dit verhaal na 98 jaar nog steeds leuk en spannend maakt.