Erasmus, Desiderius (1466-1536)

I. Biografie

Desiderius Erasmus (Rotterdam 27.10.1466?-Bazel 11/12-07.1536) is om zijn veelzijdigheid – hij was augustijner koorheer, humanist, pedagoog, polemist en publicist – het boegbeeld geworden van het Nederlandse en Noord-Europese humanisme. Zijn betekenis blijkt onder meer uit de vele herinneringen aan Erasmus in Rotterdam, Anderlecht, Freiburg en vele andere plaatsen, uit het langlopende project van de editie van al zijn werken (ASD), uit het bestaan van een Erasmus of Rotterdam Society met bijbehorend Yearbook, uit de jaarlijks terugkerende Erasmus Birhtday Lecture en de Rotterdamse Nacht van Erasmus, en uit de website www.erasmus.org van het Erasmus Centre for Early Modern Studies.

Erasmus werd geboren in Rotterdam als zoon van ouders die niet getrouwd waren, waarbij zijn vader priester was. Hij had nog een oudere broer Pieter. Zijn opleiding kreeg hij op de Latijnse scholen te Gouda, Deventer en ’s-Hertogenbosch. Zijn ouders stierven in 1484 kort na elkaar en Erasmus kwam onder voogdij te staan. Zijn voogden brachten hem ertoe in te treden in het klooster Stein bij Gouda, vermoedelijk in 1487. In het klooster las hij vele klassieke auteurs en vormde hij zijn Latijnse stijl. In 1492 werd Erasmus tot priester gewijd, maar hij kreeg de kans het klooster te verlaten toen de bisschop van Kamerijk Hendrik van Bergen hem aanstelde als secretaris.Van deze bisschop kreeg hij toestemming in Parijs theologie te studeren, waar hij afkeer van de scholastiek ontwikkelde, maar ook privé-lessen gaf waarvoor hij het materiaal zelf ontwikkelde.

In 1499 maakte Erasmus een reis naar Engeland, waar hij John Colet, deken van de St. Paul’s en kanselier Thomas More leerde kennen. Daar raakte hij geïnspireerd tot Bijbelstudie en verdere studie van de klassieken. Na de dood van Hendrik van Bergen ging Erasmus in 1502 naar Leuven, waar hij een handschrift van Valla ontdekte,waarin deze liet zien dat de Vulgata gecorrigeerd kon worden door vergelijking met de Griekse grondtekst.. Erasmus gaf het handschrift uit en zou het idee nader uitwerken.

In 1506 kwam een lang gekoesterde wens uit: Erasmus ging (aanvankelijk als begeleider van de zoon van een Engelse hoffunctionaris) naar Italie. In Turijn ontving hij na twee weken het doctoraat in de theologie. Belangrijker was zijn contact met de Venetiaanse drukker Aldus Manutius in 1507, vanwege de kennis van het Grieks aldaar en de kwaliteit van Aldus’ drukkerij. Het jaar daarop was hij te Padua de leermeester van een onwettige zoon van de Schotse koning Jacobus IV, en werd hij in Rome door kardinalen ontvangen. Bovendien verschenen zijn Adagia in datzelfde jaar 1508 bij Manutius – een grondige bewerking van zijn Adagiorum collectanea uit 1500. In de zomer van 1509 reisde hij via de Alpen terug naar Engeland. Kort na die reis schreef hij de Laus Stultitiae, die in 1511 zou verschijnen. Erasmus bleef tot 1514 in Engeland, voornamelijk in Cambridge, waar hij zich toelegde op zijn uitgave van het Nieuwe Testament en van de werken van Hieronymus.

Contacten met Manutius werden door krijgsgeweld verhinderd,daarom zocht Erasmus een andere drukker en vond die in de befaamde Johannes Froben in Bazel, met wie hij tot diens dood in 1527 nauw zou samenwerken. Ook daarna zou de firma zijn drukker en uitgever blijven.

In 1516 werd Erasmus benoemd tot raadsman van de heer der Nederlanden en koning van Spanje, Karel V. Als dank schreef hij de Institutio principis christiani.Van 1516 tot 1521 verbleef hij in de Zuidelijke Nederlanden, voornamelijk in de universiteitsstad Leuven. Hij werkte mee aan de oprichting van het Collegium Trilingue, waar de drie talen Latijn, Grieks en Hebreeuws werden onderwezen. In Leuven kreeg hij echter problemen met de conservatieve theologen, die zijn editie van het Nieuwe Testament niet konden waarderen. Bovendien presten ze Erasmus stelling te nemen tegen Luther.

Eind 1521 verhuisde Erasmus daarom naar Bazel. Hij bleef proberen neutraal te blijven, maar de druk van onder anderen de paus was te sterk. In 1524 publiceerde hij tegen Luther zijn De libero arbitrio diatribe, een discussiestuk over de vrije wil.Toen in 1529 de katholieke eredienst werd verboden, vertrok Erasmus naar Freiburg im Breisgau.Tegen het eind van zijn leven, in 1535, ging hij toch terug naar Bazel en voltooide er zijn Ecclesiastes, een boek over de kunst van het preken.

II. Geschriften

Het oeuvre van Erasmus is uitgebreid en veelzijdig. Hijzelf zag zich in de eerste plaats als theoloog, en voor hem waren zijn belangrijkste werken de uitgave en nieuwe vertaling van het Nieuwe Testament en de editie van zijn geliefde kerkvader Hieronymus. Ook andere werken zijn religieus van aard, bijvoorbeeld de Annotationes op het Nieuwe Testament, een soort verantwoording van zijn vertaling; de Paraphrases van de boeken van het Nieuwe Testament, met uitzondering van de Openbaringen; en de al genoemde preekleer, Ecclesiastes. In het Enchiridion militis christiani (1503) vatte Erasmus zijn christelijke leer samen. Het uiteindelijke doel van die leer, die hij samenvat in de term philosophia Christi, is te leven naar Jezus’ woorden in de Bergrede. Op weg ernaartoe moet de christen grondig studeren in de klassieken als propedeuse voor de kerkbaders en de Bijbel.

De Laus Stultitiae, nu zijn bekendste werk, zag hij als een nevenproduct. Over de interpretatie daarvan valt te twisten: het is satirisch, maar toch ook diep-religieus, zoals Michael Screech in zijn Ecstasy and the Praise of Folly (1980) liet zien. Ook andere werken, zoals de literaire en pedagogische, staan vaak direct of indirect in dienst van de theologie en de godsdienst, zoals al aangegeven naar aanleiding van het Enchiridion.

Ten behoeve van de eventuele uitgave van zijn circa honderd werken maakte Erasmus een indeling in negen ordines:

I. Literaire werken, met bijvoorbeeld De copia verborum et rerum (1512), een leerboek over stijl, De conscribendis epistolis (1522), over het schrijven van brieven, en de Ciceronianus (1528), tegen de na-apers van Cicero. Een befaamd onderdeel van deze ordo zijn de Colloquia, aanvankelijk korte dialogen die de docenten konden gebruiken bij hun Latijnse lessen, maar later sterk uitgebreid. II. Adagia, spreekwoorden met toelichting, waarbij de toelichting eveneens een hele verhandeling kon worden, zoals Dulce bellum inexpertis. In de laatste uitgave was het aantal uitgegroeid tot 4151 spreekwoorden. III. Brieven, die een volwaardig onderdeel van iemands oeuvre konden zijn, denk aan Cicero. Deze zijn niet opgenomen in de ASD-reeks, omdat ze al uitstekend zijn uitgegeven door P.S.Allen, H.M.Allen en H.W. Garrod, Oxford 1906-1956. IV. Werken op het gebied van de ethiek, zoals de Laus Stultitiae (1511), de Institutio prncipis christiani (1516) en de Querela pacis (1517).

V. Religieuze werken, waaronder het Enchiridion militis christiani (1503 en – met nieuwe opdrachtbrief aan Paul Volz – 1518) en Ecclesiastes (1535).

VI. Het Nieuwe Testament (1516): Griekse tekst, Latijnse vertaling en Annotationes.

VII. Parafrasen van het Nieuwe Testament. In dit genre vertelt iemand de Bijbelboeken na, zodat het eigen commentaar volledig in het verhaal verweven zit.

VIII. Latijnse vertalingen van Griekse kerkvaders en commentaren op andere, zoals Hieronymus,Augstinus,Ambrosius, Basilius, Cyprianus, Irenaeus, Johannes Chrysostomus en Origenes.

IX. Apologiën. Erasmus lokte veel tegenspraak uit, die hij repliceerde. Zo reageerde Luther op Erasmus’ De libero arbitrio met zijn eigen De servo arbitrio, wat Erasmus weer inspireerde tot zijn Hyperaspistes I (1526) en II (1527).

III.Werken

Voor een lijst van Erasmus’ werken en een digitale facsimile van de Opera omnia (Bazel, 1540), zie de website www.erasmus.org.

IV. Literatuur

Bibiografieën:

» BHAPB

» BHAPB Supplément. Aanvullingen o.m. in: » Bibliographie Internationale de l’Humanisme et de la Renaissance. Genève 1965-. » Humanistica Lovaniensia. » Erasmus of Rotterdam Society Yearbook.

Edities -vertalingen:

» Desiderii Erasmi Opera Omnia (verschijnend onder auspiciën van de Koninklijke Nederlandse

Academie van Wetenschappen, gevestigd te Amsterdam, vandaar ASD, 1969-. » Collected Works of Erasmus (CWE, University of Toronto, 1974-). » Opus Epistolarum Des. Erasmi Roterodamus, ed. P.S. Allen, H.M. Allen en H.W. Garrod. Oxford

1906-1958 (repr. 1992) (http://www.archive.org/details/erasmiepistolae01allenuoft)

Selecties – vertalingen:

» Erasmus, Studienausgabe. Lateinisch und Deutshc, ed.W.Welzig. Darmstadt 1967-1980. 8 delen. » Erasmus, Verzamelde werken,Amsterdam 2001- (2008 vier delen verschenen).

» Erasmus, De correspondentie (vert. M.J. Steens e.a.). Rotterdam 2004-(2008 vijf delen verschenen). » Erika Rummel, The Erasmus Reader.Toronto etc. 1990.

Biografieën:

» Cornelis Augustijn, Erasmus. Baarn. 1986. » Cornelis Augustijn, Erasmus. His Life,Works, and Influence.Toronto 1991. » Cornelis Augustijn,Erasmus. In Theologische Realenzyklopädie 10. Berlin en New york 1982, pp. 1-18. » Patty Bange, Desiderius Erasmus. Portret van een humanist.Amersfoort en Brugge 2007. » James D.Tracy, Erasmus of the Low Countries. Berkeley etc. 1996 (http://ark.cdlib.org/ark:/13030/ ft5q2nb3vp/). » M.E.H.N. Mout, H. Smolinksy en J.Trapman (red.), Erasmianism: Idea and Reality Amsterdam etc, 1997. » Peter van der Coelen, Erasmus in beeld / Images of Erasmus.Tentoonstellingscatalogus Rotterdam 2008.

Erasmus-www

» http://www.gutenberg.org/browse/authors/e#a3026 » http://www.archive.org/search.php?query=erasmus%20Desiderius%20AND%20

mediatype%3Atexts » http://www.wlsessays.net/files/CortrightLuther.pdf » http://smith2.sewanee.edu/erasmus/ » http://en.wikipedia.org/wiki/Desiderius_Erasmus

[Jan Bloemendal]

Citeerinstructie:

Jan Bloemendal,‘Desiderius Erasmus’in:Jan Bloemendal en Chris Heesakkers,eds., Bio-bibliografie van Nederlandse Humanisten. Digitale uitgave DWC/Huygens Instituut KNAW (Den Haag 2009). www. dwc.huygensinstituut.nl