Nieuws: Wetenschapsgeschiedenis in de musea

Dit najaar is er voor wetenschapshistorici flink wat te ontdekken in musea en andere erfgoedinstellingen. Hierbij een selectie van de tentoonstellingen die nu en straks te zien zijn:

Museum Vrolik Museum Vrolik opende onlangs weer de deuren voor bezoekers na een sluiting van een jaar. Het anatomisch museum is gevestigd in het AMC in Amsterdam en herbergt de onderzoeks- en onderwijscollecties van hoogleraren uit de achttiende tot twintigste eeuw. De preparaten zijn de afgelopen jaren grondig gerestaureerd en inmiddels in een spiksplinternieuwe inrichting te bewonderen. Te zien zijn onder andere normale en afwijkende menselijk anatomie, dierlijke anatomie en iets over de verzamelgeschiedenis.

Foetus van mens en brulaap, collectie Bolk @ Museum Vrolik AMC, foto Hans van de Boogaart

Inspiratie natuur In het Limburgs Museum in Venlo is nu een unieke collectie zeventiende en achttiende-eeuwse zoölogische tekeningen, aquarellen en prenten te zien. De tekeningen stammen uit de natuurhistorische verzameling van de vermaarde Leidse kunstenaar-dichter-arts Johannes le Francq van Berkhey (1729-1812). Ze zijn via een veiling in 1785 in het natuurhistorisch kabinet van de Spaanse koning terecht gekomen en later over verschillende instituten verdeeld. In Venlo is een selectie van 100 zoölogische tekeningen uit het Museo Nacional de Ciencias Naturales in Madrid tentoon gesteld (eerder dit jaar waren er al botanische aquarellen uit de Real Jardín Botánico te zien in Naturalis in Leiden). Daarbij zitten in- en uitheemse dieren, vogels, vissen en weekdieren gemaakt door Van Berkhey zelf, maar ook door tijdgenoten en voorgangers als Jacob l’Admiraal, Jan Swammerdam, Willem Piso en Aert Schouman. De tentoonstelling Inspiratie natuur is nog tot 6 januari 2013 te bezichtigen.

Boktor door Jan Swammerdam uit de Berkhey collectie @ Limburgs Museum Venlo

Leydse weelde Museum Boerhaave in Leiden besteedt aandacht aan de geschiedenis van de botanie in de tentoonstelling Leydse weelde. Groene ontdekkingen in de Gouden Eeuw (11 oktober 2012 t/m 5 mei 2013). Centraal staat de gelijktijdige ontdekking van exotische planten in wetenschap, handel en kunst in de zeventiende en achttiende eeuw, en de bijzondere rol van de stad Leiden daarbij. In de tentoonstelling zijn voorwerpen uit binnen- en buitenlandse verzamelingen te bewonderen, zoals het zestiende-eeuws Rauwolff-herbarium met planten uit het Midden-Oosten dat ooit aan de Habsburgse keizer Rudolf II toebehoorde, een geaquarelleerd tulpenboek uit de tijd van de Tulpenmanie, ontwerptekeningen voor het het beroemde werk van Albertus Seba, geschilderde bloemstillevens, originele houtblokken voor de gravures in de kruidboeken van Dodonaeus en Clusius, de allereerste tekening van een aardappel, en gedroogde planten die door de beroemde botanicus Linnaeus zelf werden bestudeerd.

Detail uit L. van der Vinne, Stilleven met exotische planten, 1736 @ Museum Boerhaave

Geschiedenis van de farmacie J.M.H. van de Sande’s Bibliotheca Pharmacia is een tentoonstelling van bijzondere en zeldzame boeken op het gebied van de botanie, voorschriftenboeken voor de apotheker en boeken over de Zwitserse arts Paracelsus (1493-1541) in de Universiteitsbibliotheek Leiden (te zien van 5 oktober t/m 31 december 2012). De tentoongestelde werken zijn onderdeel van de farmaceutische collectie boeken en handschriften van de Vlissingse apotheker J.M.H. van de Sande die in 2010 door mevrouw Tilly van de Sande-Swart aan de Universiteit Leiden werd geschonken. Er zijn ook meerdere voorwerpen uit de oude apotheek te zien zoals vijzels, stampers, apothekerspotten en pillenplanken.

H. Brunschwig, Medicinarius Das buch der Gesuntheit (1505) @ Wikimedia Commons

Alchemist aan de Amstel Parallel aan de Leidse tentoonstellingen over botanie en farmacie, organiseert de Bibliotheca Philosophica Hermetica in Amsterdam Alchemie aan de Amstel: over hermetische geneeskunst in de Gouden Eeuw (15 oktober 2012 t/m 17 mei 2013). In de Gouden Eeuw werkten in Amsterdam diverse alchemisten in laboratoria aan de bereiding van niet-plantaardige geneesmiddelen, onder wie de uit Duitsland afkomstige Johann Rudolf Glauber en de arts Theodoor Kerckring. De tentoonstelling staat kort stil bij de traditionele Galenische geneeskunst zoals die toen nog steeds werd beoefend, en voert dan via de opkomst van de iatrochemie van Paracelsus naar een van de meest tot de verbeelding sprekende – en controversiële – iatrochemische geneesmiddelen: het antimoon.

Detail van frontispice T. Kerckring, Commentarius in Currum triumphalem, 1671 @ BPH

Illustratie boven: Moorse landschildpad in de Berkhey collectie @ Limburgs Museum Venlo