Dorp, Maarten van (1485-1525)

I. Biografie

Maarten van Dorp (Martinus Dorpius, Naaldwijk 1485-Leuven 31.5.1525) was een zoon van Mees van Dorp, rentmeester van de abdij van Egmond en lid van de Haagse vroedschap. Dorpius bezocht waarschijnlijk de Hieronymusschool in Utrecht en werd 4.12.1501 ingeschreven als student te Leuven, waar hij zijn intrek nam in het Leliecollege. Na zijn MA (2.4.1504, als vijfde van zijn promotie) studeerde hij theologie, onderwijl werkzaam als docent in zijn college waar hij naast de traditionele wijsbegeerte ook klassiek Latijn onderwees, o.m door het instuderen van toneelstukken.Voor Plautus’ Aulularia, opgevoerd 3.9.1508, schreef hij het vijfde bedrijf waarvan de oorspronkelijke tekst verloren is. Onder druk van conservatieve theologen (m.n. Jean Briart) verminderde hij zijn humanistische activiteiten, al bleef hij werken voor de humanistische drukker Dirk Martens (vanaf 1512) en onder­hield hij vriendschappen met o.a. Jérome Busleyden, Gerard Geldenhouwer en Adriaan Barlandus. Zomer 1515 ontving hij zijn doctoraat, na kort tevoren te Utrecht tot priester te zijn gewijd; daarop werd hij president van het H. Geestcollege (4.9.1515) en hoogleraar theologie (30.9.1515). Intussen was hij verwikkeld geraakt in een controverse met Erasmus.In een brief van september 1514 had hij de Moria gelaakt en gewaarschuwd tegen Erasmus’ kritiek op de Vulgaattekst. Erasmus’weerwoord (mei 1515) lokte een nieuwe brief uit (27.8.1515) die werd beantwoord in een tractaat van Thomas More (21.10.1515). Hierna zocht Dorpius weer Erasmus’ vriendschap en verdedigde hij een humanistische benadering van de theologie (Oratio in praelectionem Pauli, uitgesproken 6.7.1516, gedrukt 29.9.1519), wat hem in problemen bracht met zijn faculteit. Desondanks werd hij 3.8.1517 tot decaan gekozen. Na 1519 publiceerde hij niet meer, vermoedelijk om verdere conflicten te vermijden; zijn persoon maakt een schuchtere en weifelende indruk. Hij was rector van de universiteit in 1523 en stierf twee jaar later na verscheidene ziekten. Zijn graf in het Leuvense karthuizerklooster werd gesierd door een epitaphium van Erasmus. Gerard Morinck was Dorpius’ eerste biograaf (1526).

II. Geschriften

Dorpius’ werk bestaat uit humanistische geschriften enerzijds (m.n. toneelteksten en -commentaren, geschreven vanaf 1508), scholastiek getinte filosofische en theologische verhandelingen anderzijds (vanaf 1510); alleen de Oratio in praelectionem Pauli verbindt zijn humanistische sympathieën met de theologie. Bewaard zijn bovendien 49 brieven van en aan o.m. Erasmus, Cranevelt, Busleyden en Beatus Rhenanus. Vermeldenswaard zijn nog de gedichten en commentaren toegevoegd aan uit­gaven van andermans werk (o.a.Barlandus’Aesopus-vertalingen,Leuven 1512,en Johan De Spouter, Syntaxis, Straatsburg 1515). Enkele geschriften lijken verloren: De vita Christo Domino instituenda (rede uitgesproken 1519); De catholicae ecclesiae ritu ac consuetudine (in voorbereiding 1521); Oratio in Evange­lium Matthaei; De sensu Scripturae allegorico.

III.Werken

Toneel:

» Dialogus in quo Venus et Cupido omnes adhibent versutias…;Thomus Aululariae Plautinae adiectus cum prologis aliquot in comediarum actiones: et pauculis carminibus…, Leuven 1514; Dialogus ook in: J. IJsewijn, `Martinus Dorpius, Dialogus (ca. 1508?)’, in J. IJsewijn en J. Roegiers, ed., Charisterium Henry de Vocht, Leuven 1979, 74-101; prologen op Aulularia en Miles gloriosus en de aanvulling op het eerste stuk ook in: J. IJsewijn, `Theatrum Belgo-Latinum. Het Neolatijns toneel in de Nederlanden’, Academiae analecta, Klasse der Letteren 43.1, 1981, 69-114:96-109

Filosofie: Introductio facilis… ad Aristotelis libros logice intelligendos, Parijs 1512 » Oratio de laudibus… disciplinarum, Leuven 1513; Orationes IV, ed. J. IJsewijn, Leipzig 1986, 25-60 » Oratio in laudem Aristotelis, Leuven 1514 (in Concio de… assumptione); Orationes IV, 18-24

Theologie:

» Concio de divae virginis deiparae in coelum assumptione, Leuven 1514; Orationes IV, 1-17

» Oratio in praelectionem epistolarum divi Pauli,Antwerpen 1519; heruitgaven Bazel 1520 (tweemaal). Ook in Hermannus von der Hardt, Studiosus graecus, Helmstedt 1699, 63-128; heruitgave 1705. Orationes IV, 61-92.

» Oratiunculae meae apologia [1521?]; Orationes IV, 92-104.

Voornaamste door Dorpius (mede) bezorgde uitgaven:

» Erasmus, Opuscula aliquot, Leuven 1514 » Rodolphus Agricola, De inventione dialectica, Leuven 1515 » Adrianus Florentius, Questiones quotlibeticae, Leuven 1515

IV. Literatuur

» H. de Vocht, Monumenta Humanistica Lovaniensia, Leuven 1934, 61-408; CEBR I, 1984, 398-404

(J. IJsewijn); BHAPB 1988, 127; E. Rummel, Erasmus and His Catholic Critics I, Nieuwkoop 1989, 1-13;E.González González,`Martinus Dorpius and Hadrianus Barlandus Editors of Aesop (1509­1513)’, Humanistica Lovaniensia 47 (1998), 28-41.

[I.P. Bejczy]

Citeerinstructie:

I.P. Bejczy, ‘Maarten van Dorp’ in: Jan Bloemendal en Chris Heesakkers, eds., Bio-bibliografie van Nederlandse Humanisten. Digitale uitgave DWC/Huygens Instituut KNAW (Den Haag 2009). www. dwc.huygensinstituut.nl