Crucius, Jacobus (1579-1655)

I. Biografie

Jacobus Crucius filius (Jacques de la Croix, Antwerpen 1579-Delft 1655) was de zoon van de Zuidnederlander Jacobus Crucius (Rijssel?[B] ca. 1540-Delft 1634/5), die omstreeks 1560 in Rijssel verbleef en later naar Antwerpen verhuizde. Ca. 1585 vluchtte Jacobus Crucius pater, een aanhanger van het Calvinistische geloof, met zijn gezin naar Middelburg. Crucius filius bezocht aldaar de La­tijnse school die onder de rector Jacobus Gruterus (1585-1607) floreerde.Waarschijnlijk heeft Crucius filius ook de lessen in de ethica gevolgd van Johannes Murdisson, een Schotse geleerde, die in 1592­1599 verbonden was aan de Latijnsche school van Middelburg. Op 15.10.1597 werd Jacobus Crucius filius als student ingeschreven aan de universiteit Franeker waar hij tot 1598 talen en volgens zijn brieven ook theologie studeerde. Zijn leermeester in het Hebreeuws was Johannes Drusius, 1597 rector van de universiteit Franeker. In Franeker raakte Crucius filius nauw bevriend met Daniël Heinsius, eveneens de zoon van Zuidnederlandse emigranten, die hun toevlucht in Zeeland gezocht hadden. De iets jongere Heinsius (*1581) was al eerder in Franeker gearriveerd (1596). De beide jonge mannen verhuisden op hetzelfde tijdstip naar Leiden: 30.9.1598 werden zij daar als studenten ingeschreven; Heinsius studeerde rechten, Crucius theologie.Tijdens Crucius’ studie in Franeker en Leiden vebleef Crucius pater in Middelburg waar hij vanaf 1597 ouderling in de Waalse kerk was.De Waalse kerk financiëerde ook ten dele de studie van zijn zoon. In Leiden was Crucius filius leerling van de professor theologiae Johannes Trelcatius pater, wiens dood (1602) hij zeer betreurde. In 1602 rondde hij zijn studie in Leiden af. Zijn oudere broer Johannes (Rijssel 1560-Haarlem 1625) die in Heidelberg (ingeschreven 28.9.1586) en Leiden (ingeschreven 7.2.1589) theologie had gestudeerd, was hem hierin voorgegaan (1590). Toen Crucius filius afstudeerde, had zijn broer Johannes reeds twee theologische publicaties op zijn naam staan, een werk over het verschil tussen de ware leer en het Katholicisme, Onpartijdig rechter over het geschil tusschen de Roomse ende Gereformeerde leer (Leiden 1592) en een Nederlandse vertaling van Jean Taffin, Grondig bericht van de boetveerdigheyt des levens (1597, 2e druk).

Na zijn afstuderen, van 1602 tot 1618, was Crucius filius Waals predikant in Delft. Zijn broer Johannes was hem ook hierin voorgegaan: hij vervulde vanaf 1590 tot 1625 de functie van predikant aan de Waalse kerk in Haarlem. In 1618 werd Crucius filius rector van de Latijnse school te Delft, een ambt dat hij tot aan zijn dood in 1655 bekleedde. De rectoren van de Delftse Latijnse School werden gerecruteerd uit afgestudeerde theologen en personen met predikantenopleiding. Crucius was overigens niet de enige Zuidnederlander die dit ambt in Delft bekleedde: het Delftse gymnasium werd voor bijna zeventig jaar door Zuidnederlandse rectoren bestuurd.

Crucius trouwde drie maal.Van zijn eerste echtgenote (naam onbekend) had hij een zoon die eveneens Jacobus Crucius heette (Delft 160?-Delft 1634).Deze zoon volgde een predikantenopleiding in Leiden, aan het Waalse college (1626-1632), die hij met de thesis De cultu Dei afsloot. Hij over­leed na het behalen van zijn doctortitel in de bloei van zijn leven, in 1634, aan longontsteking. Op 19.5.1624 trouwde Crucius opnieuw, met Jannetge Hendricksdr van Millingen. Na haar overlijden trouwde hij voor de derde keer, op 14.8.1633, met Maria Cornelisdr de Man. Crucius filius voerde een rijke Latijnse correspondentie met de zoon van zijn broer Johannes, die eveneens Johannes Crucius heette (Haarlem 1598-Haarlem 1666),zijn vader als predikant van de Waalse kerk te Haarlem opvolgde en een reeks stichtelijke werken (in het Nederlands), vooral bijbelmeditaties, schreef. Echo’s van deze werken zijn terug te vinden in Jacobus Crucius filius’ Latijnse correspondentie.

II. Geschriften

Jacobus Crucius filius schreef Neolatijnse brieven, gedichten en redevoeringen en (in het Frans) een catechetisch werk, Le thresor de l’ame chrestienne. Neolatijnse brieven gaf hij pas op gevorderde leeftijd uit, toen hij 54 jaar oud en reeds 15 jaar rector was, eerst onder de titel Epistolarum libri IV (1633), dan onder de titel Mercurius sive Epistolarum opus. Zo goed als alle brieven zijn afkomstig uit de jaren 1630vv. Het leeuwedeel van de brieven onstond in de jaren 1631 en 1632 (boeken I-IV). Het vijfde boek (1633-41) is in de uitgave van 1642, het zesde (1641-1655) in de uitgave van 1658 toegevoegd. Het is aannemelijk dat Crucius ook in zijn jonge jaren Latijnse brieven schreef, maar uitgegeven heeft hij daarvan niets. De eerste brieven (van het eerste boek) die Crucius’ studententijd in Franeker en Leiden bestrijken, zijn overduidelijk latere ficties, ca. 1631 of 1632 geschreven. Dit geldt overigens niet voor het hele corpus: Crucius’ brieven functioneerden ook als gebruiksliteratuur. Desondanks bevatten de brieven vrijwel nooit slechts nieuwtjes of zakelijke mededelingen, maar hadden ze van meet af aan een sterke literaire en religieuze inslag. Hun voornaamste inhoud vormen morele en religieuze overpeinzingen. Crucius gaf zijn brieven met didactische bedoelingen uit: hij wil de leerling van Latijnse scholen zowel een uitstekende briefstijl als ook moreel verantwoord gedrag leren. In de brieven imiteert Crucius wat de stijl betreft Cicero, wat de morele inhoud betreft Seneca. Sommige brieven bootsen rechtstreeks bepaalde Epistulae morales van Seneca na. Crucius’ brieven zijn geadresseerd aan familieleden, leraren, collega-predikanten, vrienden en leden van de respublica litteraria.Tot zijn adressaten horen Polyander,Claudius Salmasius,Jacob Cats,Anna Maria van Schurman,Daniel Heinsius,Erycius Puteanus,Festus Hommius en Franciscus Gomarus.Daarnaast zijn in de Mercurius ook aan Crucius gerichte brieven aan te treffen,ondermeer van Polyander,Anna Maria van Schurman en Erycius Puteanus.

Crucius’ gedichten bestaan uit encomia, epithalamia, genethliaca en rouwgedichten. Zij zijn gepubliceerd in de verzamelde correspondentie.

Een met de brieven vergelijkbare didactische opzet vertoont de Suada Delphica, die Jacobus Crucius filius in 1650 publiceerde. Hij wilde de leerlingen van Latijnse scholen en toekomstige predikanten van een handleiding retorica voorzien. De handleiding heeft de vorm van 64 voorbeeld­redevoeringen over uiteenlopende thema’s, waaruit de “studiosa iuventus” moest leren hoe men een volmaakte oratio componeert. De redevoeringen horen bij het genre “Suasoriae” en volgen het voorbeeld van de Suasoriae van Seneca pater na. In de behandeling staan laus en vituperatio centraal. De onderwerpen zijn zo gekozen dat zij als schooloefeningen kunnen worden gebruikt: de lof van de apostel Paulus, Mucius Scaevola, de logica, de dichtkunst enz., berisping van luiheid, luxe, goud, gierigheid en dichtkunst.

Het feit dat zowel de Neolatijnse brieven als ook de Suada Delphica meerdere drukken (tot 1757)

kenden, laat zien dat Crucius succesvolle schoolboeken op de markt heeft gebracht.

III.Werken

» Le thresor de l’ame chrestienne,comprise en 64 homilies ou sermons,servans de commentaire sur le Cathechisme, Rotterdam 1629 (Ned.vert.Schat der christelijke ziele,begrepen in 64 predicatien,dienende tot verklaringe over den Catechismus der Franscher Kercken, Amsterdam 1671)

» Epistolarum libri IV, Delft 1633 (uitgebreid en gecorrigeerd in Mercurius…)

» Mercurius Batavus sive Epistolarum opus, libri V,Amsterdam 1642, 1647, 1650, 1653, 1654.

» Mercurius Batavus sive Epistolarum opus, libri VI,Amsterdam 1658, 1661, 1681

» Suada delphica sive orationes XLIV,Amsterdam 1650, 1653, 1665, 1675, 1693, 1709, 1757.

IV. Literatuur

» BHAPB 1972, 1988.

» BLGNP II,149-50.

» G.H.M. Posthumus Meyjes, Geschiedenis van het Waalse college te Leiden, Leiden 1975, 192.

» A.Ph.F.Wouters,P.H.A.M.Abels,Nieuw en ongezien.Kerk en samenleving in de classis Delft en Delfland 1572-1621, Delft 1994.

» Zeshonderd jaar Stedelijk Gymnasium Middelburg, Middelburg 1965, 16vv.

[K.A.E. Enenkel]

Citeerinstructie:

K.A.E. Enenkel, ‘Jacobus Crucius’ in: Jan Bloemendal en Chris Heesakkers, eds., Bio-bibliografie van Nederlandse Humanisten. Digitale uitgave DWC/Huygens Instituut KNAW (Den Haag 2009). www. dwc.huygensinstituut.nl