Canter, Jacob (1469-1529)

I. Biografie

Jacob Canter (Groningen 24.2.1469 -Groningen 31.3.1529) werd geboren uit een Groningse patriciërsfamilie.Zijn vader,Johannes C.,een advocaat,was door het Italiaanse Humanisme beïnvloed. Hij zorgde ervoor dat zijn kinderen op jonge leeftijd Latijn leerden en legde de basis voor een gedegen humanistische opvoeding. Het was zijn wens dat zijn zoon Jacob, zoals hijzelf, jurist zou worden. 11.5.1487 werd Canter in Keulen in de Faculteit der rechten ingeschreven. Ongetwijfeld heeft hij ook onderwijs in de Artes liberales genoten.Zijn studie rechten heeft Canter nooit voltooid,in de Artes liberales heeft hij echter de doctor-titel behaald. In 1487-1489 vertoefde hij in Keulen, in het voorjaar 1489 begaf hij zich naar Antwerpen, waar hij in zijn levensonderhoud voorzag door Latijnse privéle­ssen te geven aan zonen van vooraanstaande burgers. In Antwerpen, in 1489, vervaardigde hij voor de drukker Gerard de Leeuw drie Latijnse tekstedities. De meest opmerkelijke daarvan is de editie van Petrarca’s Secretum, het eerste duidelijke teken van zijn receptie van het Italiaanse Humanisme. Kort daarna ondernam Canter een reis naar Italië (1489-1490). Op de heen- en op de terugreis verbleef hij in diverse Duitse en Oostenrijkse steden, onder meer Keulen, Augsburg, Ingolstadt en Linz en maakte kennis met een aantal Duitse humanisten, bijvoorbeeld Conrad Celtis.Terug in Antwerpen werd Canter door keizer Maximilian I. tot dichter bekroond, op 2.11.1494. In 1495-1496 vertoefde Canter in Mainz, waar hij Agricola’s Axiochus-vertaling uitgaf. In 1497 werd hij hofdichter van het adelijke geslacht Rosenberg in Cesky Krumlov, in Tsjechië. Hoe lang deze aanstelling duurde, is niet precies duidelijk. Ergens tussen 1498 en 1505 werd Canter tot priester gewijd en orienteerde hij zich weer naar het Noorden. In 1505 verkreeg hij een vicariaat te Emden, waar hij ca. 15 jaar verbleef. Op grond van religieuze onlusten in Emden keerde hij kort na 1520 terug naar zijn vaderstad.

II. Geschriften

Canters oeuvre omvat een dialoog, poëzie, een episch drama, brieven, een protrepticus en Latijnse tekstedities. In het begin van zijn loopbaan, 1489-1496, stonden tekstedities centraal. De vijf overge­leverde tekstedities zijn bont geschakeerd, vertonen geen focusering op antieke auteurs en zijn niet in de eerste plaats als filologische meesterwerken op te vatten. Spiritueel (Vita et passio Christi) staat naast klassiek (Probe… cento Virgilii en Argicola’s vertaling van Ps.Plato’s Axiochus) en humanistisch werk (Petrarca’s Secretum) en een astronomisch tractaat (Guido Bonatus de Forlivio tractatus). Het meest opmerkelijk is de editie van Petrarca’s Secretum, door hem (ten onrechte) als editio princeps beschouwd. Het voorwoord laat zien dat hij met de stijlopvattingen van het Italiaanse Humanisme van de 15e eeuw vertrouwd was (waardering van Petrarca). Zijn belangrijkste werken zijn het episch drama Rosa Rosensis en de Dyalogus de solitudine.

De Rosa Rosensis (“De roos van de Rosenbergs”) is kwalitatief hoogstaande hofpoëzie, geschreven in Cesky Krumlov, 1497 of iets later. Het werk laat een interessante versmelting van genres zien, van de Latijnse comedie en van hexametrische poëzie. Centraal thema is de hoofse liefde, tussen de jonge minnaar Eutychus en de princes Calliroë. Het drama werd waarschijnlijk aan het hof van de Rosenbergs opgevoerd.

Canters meesterwerk is de Dyalogus de solitudine, geschreven tussen 1497 en 1505, opmerkelijk vanwege zijn vorm,stijl en inhoud.De vorm is gekenmerkd door een versmelting van elementen van de Latijnse comedie en dialoogliteratuur. De titel die aan contemporaine lezers een werk over het monnikenleven suggereert, is misleidend. Canter laat religieuze kwesties buiten beschouwing, maar levert fundamentele kritiek op de contemporaine civilisatie, waarbij de discussie over cultuurop­timisme vs. cultuurpessimisme centraal staat. De opmerkelijke stelling van een van de dialoogpartners is dat de levenswijze van de prehistorische mens het verkieslijkst is. In deze discussie werd Canter geïnspireerd door Seneca’s tragedie Phaedra, toentertijd bekend onder de titel Hippolytus. Hippolytus is tevens de naam van de gesprekspartner die het voor het ideaal van de oermens opneemt.Aangezien Canter zich achter het masker van zijn dialoogpersonen verschuilt is niet te achterhalen, wat zijn eigen opvatting was. Het werk hoort bij het genus ioco-serium en kan ondermeer met Erasmus’ Laus stultitiae vergeleken worden.

III.Werken

Tekstedities:

» Opusculum vite et passionis Cristi eiusque genetricis Marie ex relevationibus beate Brigittae compilatum, Antwerpen 1489 » Petrarcae De secreto conflictu curarum suarum,Antwerpen 1489; (Deventer 1498) » Probe coniugis Adelphi Cento Virgilii vetus et novum continens testamentum,Antwerpen 1489 » Guidonis Bonati de Forlivio Decem tractatus astronomiae,Augsburg 1491 » Axiochus Platonis de contemnenda morte Rodolpho Agricola interprete, Mainz 1496

Protrepticus:

» Epistola exhortatoria ad meditationem passionis Cristi…, Antwerpen 1489 (samen met Opusculum vite…)

Poëzie:

» Iacobi Canteri… ad Germaniam versiculi (in: Podalirii Germani cum Catone Certomio de fure Germanico diebus genialibus…, Mainz 1495)

Episch drama: » Rosa Rosensis (ed. B. Ryba, Budapest 1938)

Dialoog:

» Dyalogus de solitudine, handschrift München, Bayerische Staatsbibliothek Clm 4417d, f. 1r-34v; ed. met Eng. vert. B. Ebels-Hoving, München 1981; K.A.E. Enenkel, in: idem, Kulturoptimismus und Kulturpessimismus in der Renaissance…, Frankfurt a.M.-Berlin-Bern-New York 1995)

IV. Literatuur

» BHAPB 1988,108; » B.Ebels-Hoving,Desiderius Erasmus en Jacobus Canter,D.E.H.de Boer en J.W.Marsilje (uitg.), De Nederlanden in de late Middeleeuwen, Utrecht 1987. » K.A.E. Enenkel,Kulturoptimismus und Kulturpessimismus in der frühen Neuzeit: Der Beitrag des Jacobus Canter, Frühneuzeit-Info 4 (1993), 137-151. » K. Enenkel, Kulturoptimismus und Kulturpessimismus in der Renaissance… Studie zu Jacobus Canters Dyalogus de solitudine mit kritischer Textausgabe und deutscher Übersetzung, Frankfurt a.M.-Berlin­Bern-New York 1995.

[K.A.E. Enenkel]

Citeerinstructie:

K.A.E. Enenkel, ‘Jacob Canter’ in: Jan Bloemendal en Chris Heesakkers, eds., Bio-bibliografie van Nederlandse Humanisten. Digitale uitgave DWC/Huygens Instituut KNAW (Den Haag 2009). www. dwc.huygensinstituut.nl