Burrus, Petrus (1430-1504)

I. Biografie

Petrus Burrus (Bur, Bur[r]ius, [de] Bur[r]y; Brugge 2/3.6.1430-Amiens 21/25.4.1504) was een zoon van Michel Burry uit Noyon en Elizabeth Scrannen uit St.Winoksbergen. Na de dood van zijn vader werd hij, als klein kind nog, door zijn moeder toevertrouwd aan haar broer Willem, kanunnik in Atrecht. Deze zorgde voor Burrus’ opvoeding en liet hem studeren te Sint-Omaars en te Parijs, waar hij zijn MA behaalde. Uit zijn Parijse studietijd dateert vermoedelijk zijn vriendschap met Robert Gaguin, die enkele gedichten en het Compendium de Francorum origine et gestibus (1495) aan hem zou opdragen; in het voorbericht bij dat laatste werk verwijst Gaguin naar hun gezamenlijke nachte­lijke studeren in vervlogen tijden.Van zijn kant heeft Burrus verscheidene gedichten opgedragen aan Gaguin, terwijl beide mannen een correspondentie onderhielden; de bewaarde brieven van Gaguin getuigen van een grote vertrouwdheid. Na zijn studie onderwees Burrus achtereenvolgens te Dowaai en aan de Sainte Chapelle te Parijs.Waarschijnlijk in de jaren 1460 maakte hij een zevenjarige reis naar Italië, waarbij hij in elk geval Rome bezocht; te Piacenza zou hem een licentiaat in het cano­niek recht zijn toegekend.Terug in Parijs was hij werkzaam als opvoeder van de zoons van de Parijse gouverneur Charles de Gaucourt.Twee van hen, Jean en Louis, werden bisschop van Amiens (1473­1476 resp. 1476-1482). Louis maakte in deze hoedanigheid Burrus tot kanunnik van het kathe­draalkapittel (1482), een functie die Burrus tot zijn dood zou bekleden. Burrus was ook priester. Zijn graftombe bevindt zich in de kathedraal van Amiens.Zijn eerste biograaf was zijn vriend Pierre Joulet (Juvenilis) wiens levensbericht is opgenomen in de Paeanes-editie van 1505.

II. Geschriften

Burrus’ overgeleverde werk, grotendeels posthuum verschenen bij de Parijse drukker Josse Bade, bestaat vooral uit poëzie,in het bijzonder uit geestelijke liederen.Niet al zijn werk is bewaard gebleven: zijn brieven en redevoeringen lijken verloren, evenals een gedicht op de dood van Karel de Stoute waarnaar wordt verwezen in een brief van Gaguin (1.6.1477).

III.Werken

Poëzie:

» Moralium … carminum libri novem,Parijs 1503; carmina IV.1,V.4,V.5,VII.9 ook in: J. IJsewijn,`Rome en de humanistische literatuur, Academiae analecta, Klasse der Letteren 47.1 (1985), 25-73:49-54 » Paeanes quinque festorum virginis Mariae et quidam alii eiusdem hymni, Parijs 1505 » Cantica … de omnibus festis Domini, Parijs 1506 » Hymni et cantica de festis sanctorum, Parijs 1506 » E canticis Burri, Parijs s.d. » De purificatione et annunciatione … Mariae carmina, Deventer 1512

Verhalen: » Apologorum libellus, Zwolle ca. 1510

IV. Literatuur

J. Garnier, `Les tombeaux de la cathédrale d’Amiens’, Mémoires de la Société des antiquaires de Picardie 22 (1868), 75-115; Robert Gaguin, Epistole et orationes,ed.L.Thuasne,2 dln.,Parijs 1903,I 258-262, 332-334 en II 42-43,275-278 (no.25,49,79,Suppl.II.1);Ph.Renouard, Bibliographie des impressions et des oeuvres de Josse Bade Ascensius II, Parijs 1908, 241-252; J. Dilenge de St. Joseph, Robert Gaguin poète et défenseur de l’immaculée conception, Rome 1960, 202-203; Index Aureliensis I.4, Baden-Baden 1976, 44-45; BHAPB 1988, 104; Fasti ecclesiae Gallicanae I: Diocèse d’Amiens, ed. P. Despartes en H. Millet, Turnhout 1996, 183 (no. 336).

[I.P. Bejczy]

Citeerinstructie:

I.P.Bejczy,‘Petrus Burrus’in:Jan Bloemendal en Chris Heesakkers,eds., Bio-bibliografie van Nederlandse Humanisten. Digitale uitgave DWC/Huygens Instituut KNAW (Den Haag 2009). www.dwc. huygensinstituut.nl