Verblijf in Parijs

Na de dood van stadhouder Willem II in 1650 werden zijn aanhangers van het kussen geduwd. Dat betekende ook dat de invloed van vader Huygens was getaand en dat hij de volgende jaren weinig kon doen om zijn zoons aan een passende functie te helpen. Christiaan bleef vooralsnog ambteloos. Aangezien de familie rijk genoeg was, kon hij zich in alle rust aan zijn geliefde studies wijden.

In 1655 onderneemt Christiaan een reis naar Frankrijk, in het gezelschap van zijn broer Lodewijk en van twee van zijn neven. Een dergelijke reis was in die tijd een gebruikelijke manier waarop jonge lieden van goeden huize hun vorming afrondden. Zij zagen wat van de wereld en leerden hoe het er aan vreemde hoven en in vreemde landen aan toe ging. Ook knoopten zij kennis aan met edelen, staatslieden en beroemdheden elders in Europa, wat hun in hun latere carrière van pas kon komen.

Christiaan deed niet alleen aan het bezichtigen van bezienswaardigheden en aan beleefdheidsbezoeken. Hij maakte in Parijs kennis met de belangrijkste wiskundigen van Frankrijk en nam deel aan de discussies die over de nieuwe ontdekkingen in het natuuronderzoek werden gevoerd. Hij sloot vriendschap met de de dichter Jean Chapelain en de astronoom Ismael Boulliau. Waarschijnlijk nam in deze periode zijn besluit vaste vorm aan om de vervulling van zijn leven te zoeken in de wetenschap, niet in ambten of schone letteren.