Studie te Leiden

Op 11 mei 1645 schreef Christiaan zich samen met zijn oudere broer Constantijn in aan de universiteit van Leiden. In die tijd had een universiteit in principe drie afstudeerrichtingen: rechten, theologie en geneeskunde. Vader Huygens wilde dat zijn zonen zich zouden ontwikkelen tot rechtsgeleerden, zodat zij de familietraditie konden voortzetten en hoge ambtenaren worden. Christiaan en Constantijn stonden dan ook ingeschreven als studenten in de rechten.

Behalve rechtsgeleerdheid studeerden zij echter ook de artes of vrije kunsten. Dit was een basiscurriculum dat bestond uit een zekere algemene ontwikkeling die men voor de hogere studies noodzakelijk achtte. In de praktijk kon een student zijn artesstudie op veel verschillende manieren invullen. De studie bestond vooral uit het bestuderen van de klassieke schrijvers en hun opvattingen op het gebied van vakken als geschiedenis, moraalfilosofie of natuurkunde. Ook de wiskundige kennis viel onder dit curriculum. Christiaan volgde in Leiden de lessen van de wiskundehoogleraar Frans van Schooten. Van Schooten was een vriend van de beroemde Franse wiskundige en filosoof René Descartes, die onder andere een geheel nieuwe opzet van de natuurkunde had ontworpen. Huygens raakte met deze denkbeelden grondig vertrouwd.