Ambteloos burger

Christiaan brengt de volgende jaren grotendeels in Den Haag door, maar blijft in contact met de buitenlandse geleerde wereld. In 1660-1661 en opnieuw in 1663-1664 gaat hij opnieuw op reis en brengt verscheidene maanden door in Parijs en Londen. In Den Haag woont hij in het huis van zijn vader. Christiaan is zelf nooit getrouwd. Voor zeventiende-eeuwse geleerden was dat overigens niet uitzonderlijk.

De jaren die hij na zijn studie ambteloos doorbrengt behoren tot de meest productieve uit zijn carrière. In deze tijd doet hij enkele van zijn meest spraakmakende ontdekkingen. Voor een deel zijn deze pas veel later gepubliceerd, maar hij publiceert in deze periode ook enkele belangrijke werken.

In eerste instantie treedt Huygens vooral als wiskundige naar buiten. Op dit vak zal hij zich zijn leven lang blijven toeleggen en ongekende hoogten bereiken. Voor niet-specialisten is dit werk echter moeilijk te bevatten. Een meer aansprekend onderdeel zijn zijn berekeningen op de kans van winst of verlies bij gokspelletjes. Huygens is hiermee een van de grondleggers van de kansrekening.

Behalve voor wiskunde heeft Huygens zijn hele leven ook een voorliefde gehad voor het maken van instrumenten en apparaten. In sommige gevallen gaat het om speelgoedjes, zoals de toverlantaarn die hij uitvindt, in andere gevallen om serieuze wetenschappelijke instrumenten. Samen met zijn broer Constantijn legt hij zich toe op het slijpen van lenzen en het maken van telescopen. Zijn werk aan lenzen is de aanleiding tot belangrijk werk in de optica, dat voorlopig echter ongepubliceerd blijft. Wel maakt hij de ontdekkingen publiek die hij met zijn kijker doet. In 1656 maakt hij de ontdekking van een maan van Saturnus bekend en in zijn Systema Saturnium (1659) publiceert hij zijn oplossing voor het raadsel van Saturnus’ merkwaardige, en steeds wisselende uiterlijk: de planeet heeft een ring. Met deze ontdekkingen aan Saturnus heeft Huygens als geleerde definitief internationale faam gewonnen.

Ook houdt Huygens zich bezig met de mechanica, ook hier weer in combinatie met het knutselen aan instrumenten. In 1656-1657 vindt hij het slingeruurwerk uit. Hij publiceert hiervan op dat moment slechts een korte beschrijving. Pas later zal hij een uitvoeriger uiteenzetting geven. Ook zijn beschouwingen over meer fundamentele mechanische problemen – botsingsregels, centrifugale kracht – blijven grotendeels in portefeuille.