3. Huygens en de sterrenkunde

De sterrenkunde was van oudsher vooral een wiskundig vak: de theorie van het voorspellen van de bewegingen van de hemellichamen. Maar onder de invloed van de ontdekkingen van de Italiaanse geleerde Galileo Galilei en andere sterrenkundigen, mogelijk gemaakt door de uitvinding van de telescoop en de theorieën van de Franse filosoof René Descartes, kwam in de zeventiende eeuw vooral de vraag centraal te staan naar de bouw en de aard van het heelal.

Huygens was van de wiskundige aspecten van de sterrenkunde volledig op de hoogte, maar hij was in de eerste plaats geïnteresseerd in de vraag hoe de hemel in elkaar zat. Als sterrenkundige was hij in de eerste plaats een waarnemer. Met zijn zelfgebouwde telescopen speurde hij de hemel af. In het bijzonder zijn ontdekkingen aan de planeet Saturnus maakten hem beroemd.

Tot zijn sterrenkundig werk valt verder het planetarium te rekenen dat hij in opdracht van de Franse koning bouwde, en het boek Cosmotheoros dat hij aan het eind van zijn leven schreef. Hierin besprak hij de bouw van het heelal, de grootte van de hemellichamen, en ook de vraag of er leven voorkomt op andere planeten.

Zie ook de website van Museum Boerhaave voor Huygens en de Sterrenkunde.